Boekgegevens
Titel: Wet op het lager onderwijs, van den 13. augustus 1857, (Staatsblad No. 103.): met aanteekeningen uit de geschiedenis van het onderwijs, de handelingen der regering en der wetgevende magt
Auteur: Hemkes, H.
Uitgave: Groningen: J. Oomkens, J. Zoon, 1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 679 F 9 (2)
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204584
Onderwerp: Recht: bestuursrecht: overige
Trefwoord: Lager onderwijs, Wet op het lager onderwijs (1857), Nederland, Wetteksten (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Wet op het lager onderwijs, van den 13. augustus 1857, (Staatsblad No. 103.): met aanteekeningen uit de geschiedenis van het onderwijs, de handelingen der regering en der wetgevende magt
Vorige scan Volgende scanScanned page
217
Art. 72.
(b) Om tot het examen ter verkrijging eener acte van
bekwaamheid voor een of meer dier vakken te worden
toegelaten wordt de ouderdom van ten minste 18 jaren
gevorderd. Voor de acte wordt eenmaal vijf gulden be-
taald.
(a) De bewaarscholen behooren niet tot den kring van
het lager onderwijs. Dit ontwerp moet dus elders ge-
regeld worden. (Min. van binnenl. zaken, Bijbl. 1857,
bladz. 1222.)
(a) De voorziening behoort, in het middelbaar onder-
wijs, zooveel mogelijk in overeenstemming te zijn met de
nu behandelde wet. Het is eigenaardig in afwachting der
regelen, welke de wet op het middelbaar onderwijs stellen
zal, dat onderwijs te blijven beschouwen als nog een deel
van het lager onderwijs uitmakende. Zoo doende blijft de
zaak in haar geheel en wordt op de wettelijke regeling
van het middelbaar onderwijs niet vooruitgeloopen. Al
wat de vakken van onderrigt betreft blijft op den vroege-
ren voet voortgaan: ten aanzien van het geven van onder-
rigt in die vakken, en van de daarvoor gevorderde bewij-
zen van bekwaamheid cn zedelijkheid , blijven de vroegere
voorschriften gelden; de scholen , waar die vakken onder-
wezen worden, blijven onder het vroeger toezigt. Op die
wijze kan zonder belemmering of stoornis het tijdstip wor-
den afgewacht, waarop het bedoelde onderwijs te gelijk
met het overige van dien aard het onderwerp eener be-
paalde regeling zal uitmaken. (Mem. van Toel. 21. Febr.
1857.)
(a) Hoe ver de pligt, bij dit artikel aan de gemeenten
opgelegd, zich uitstrekt is uitdrukkelijk vermeld. In alle
scholen het minimum, in sommige een of meer der vakken
van het meer uitgebreid lager onderwijs; van geen enkel