Boekgegevens
Titel: Wet op het lager onderwijs, van den 13. augustus 1857, (Staatsblad No. 103.): met aanteekeningen uit de geschiedenis van het onderwijs, de handelingen der regering en der wetgevende magt
Auteur: Hemkes, H.
Uitgave: Groningen: J. Oomkens, J. Zoon, 1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 679 F 9 (2)
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204584
Onderwerp: Recht: bestuursrecht: overige
Trefwoord: Lager onderwijs, Wet op het lager onderwijs (1857), Nederland, Wetteksten (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Wet op het lager onderwijs, van den 13. augustus 1857, (Staatsblad No. 103.): met aanteekeningen uit de geschiedenis van het onderwijs, de handelingen der regering en der wetgevende magt
Vorige scan Volgende scanScanned page
215
Art. 70.
geven en zich te houden aan den nu voorgedragen termijn,
(Min, van binnenl. zaken, Bijbl. 1857, bladz. 1238.)
(e) Het denkbeeld om geheel en al vaarwel te zeggen
aan eiken termijn van uitstel, komt mij niet aannemelijk
voor. Ik vrees dat daaruit grootere moeijelijkheden zullen
ontstaan, dan uit een termijn van drie jaren, en daarom
moet ik der vergadering nog in overweging geven dien
termijn te behouden. Overigens herhaal ik, dat die ter-
mijn niet gesteld is, om mot wachten te worden doorge-
bragt, maar om het onderwijs te regelen. (Min. van
binnenl. zaken, Bijbl. 1857, bladz. 1238.)
(e) Ik meen tc kunnen zoggen, dat de nieuw aan te
stellen onderwijzers, gedurende het driejarig tijdvak zoo
veel mogelijk zullen dienen behandeld te worden op den
voet dezer wet. Het zal niet geheel aan de willekeur der
Gemeenteraden overgelaten zijn; men zal bij het vervullen
van vacatures van onderwijzers-plaatsen moeten trachten
te naderen tot dat geen wat de wet wil. (Min. van
binnenl. zaken, Bijbl. 1857, bladz. 1238.)
(e) Of van don termijn, voor drie jaren toegestaan, ge-
bruik zij te maken, ten einde den Koning bij de wet de
bevoegdheid te doen verleenen om van sommige bezwa-
rende bepalingen dezer wet dispensatie te kunnen geven,
zal de toekomst moeten loeren. Voor 's hands zou de Re-
gering hiertoe niet overhellen. (Mem. van Beantw. op het
Versl. 1® Kam. der St.-Gen. 9. Aug. 1857.)
(e) De Regering zal gaarne naar vermogen mode wer-
ken, om de wet in haar gjheel spoedig te doen uit-
voeren , maar mag toch niet onopgemerkt laten, dat,
zonder de bedoelde termijnsbepaling, de invoering der
wet onoverkomelijke bezwaren zou hebben ontmoet.
(Mem. van Beantw. op het Versl. 1' Kam. der St.-Gen.
9. Aug. 1857.)
(e) Ik heb vooral daarom aangedrongen, op het ver-
leenen van een termijn van drie jaren, om het punt der
kosten, in verband met de belangen der gemeenten gron-
dig te kunnen onderzoeken en tot helderheid te brengen.