Boekgegevens
Titel: Wet op het lager onderwijs, van den 13. augustus 1857, (Staatsblad No. 103.): met aanteekeningen uit de geschiedenis van het onderwijs, de handelingen der regering en der wetgevende magt
Auteur: Hemkes, H.
Uitgave: Groningen: J. Oomkens, J. Zoon, 1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 679 F 9 (2)
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204584
Onderwerp: Recht: bestuursrecht: overige
Trefwoord: Lager onderwijs, Wet op het lager onderwijs (1857), Nederland, Wetteksten (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Wet op het lager onderwijs, van den 13. augustus 1857, (Staatsblad No. 103.): met aanteekeningen uit de geschiedenis van het onderwijs, de handelingen der regering en der wetgevende magt
Vorige scan Volgende scanScanned page
210
Art. 68 en 69.
openbare lagere school, waarin zijne bijzondere school
dan wordt veranderd, dan ontstaat voor dien onderwijzer,
krachtens de bepaling van art. 21 dezer wet, de verplig-
ting tot het afleggen van een vergelijkend examen. Dit
doet mij vreezen, dat welligt de hoofdonderwijzers van
bijzondere scholen, die in een bloeijenden staat verheeren
en waarin zij een goed middel van bestaan vinden, er
niet ligt toe zullen overgaan om hunne school aan het
Gemeentebestuur over te doen, daar zij door de verplig-
ting tot het afleggen van dat vergelijkend examen daarvan
welligt zullen worden terug gehouden.
Het komt mij voor, dat én het belang der gemeente én
de billijkheid zouden medebrengen, die hoofdonderwijzers
te ontheflTen van die verpligting, welke, ik moet dit op-
merken, niet bestaat ten opzigte van de openbare lagere
onderwijzers , welke bij het in werking treden dezer wet
in die betrekking werkzaam zullen zijn. Die ontheffing
zou zijn in het belang der gemeenten, omdat verschillende
gemeenten daardoor onmiddellijk zullen in staat gesteld
worden goed ingerigte lagere openbare scholen te openen,
waarin de vereischte vakken worden onderwezen. Ook
het belang der gemeentekas zou daardoor dikwerf kunnen
worden bevorderd, omdat zoo doende een gedeelte der
kosten van inrigting en opening der benoodigde localen
kunnen worden vermeden; althans in die behoefte veeltijds
op min kostbare wijze zal kunnen worden voorzien.
Ik geloof, dat ook de billijkheid het vordert ten opzigte
van die hoofdonderwijzers, thans aan het hoofd der door
mij bedoelde bijzondere scholen geplaatst. Deze hebben,
onder de nu nog vigerende wet, om aan het hoofd hun-
ner scholen geplaatst te kunnen worden, aan dezelfde
verpligting moeten voldoen als de openbare lagere onder-
wijzers , zoodat de billijkheid medebrengt de eersten op
gelijke lijn met de laatsten te stellen. (Bijbl. 1857, bladz.
1212.)
Art. 69. De jaarwedden van alle tijdens het in wer-