Boekgegevens
Titel: Wet op het lager onderwijs, van den 13. augustus 1857, (Staatsblad No. 103.): met aanteekeningen uit de geschiedenis van het onderwijs, de handelingen der regering en der wetgevende magt
Auteur: Hemkes, H.
Uitgave: Groningen: J. Oomkens, J. Zoon, 1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 679 F 9 (2)
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204584
Onderwerp: Recht: bestuursrecht: overige
Trefwoord: Lager onderwijs, Wet op het lager onderwijs (1857), Nederland, Wetteksten (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Wet op het lager onderwijs, van den 13. augustus 1857, (Staatsblad No. 103.): met aanteekeningen uit de geschiedenis van het onderwijs, de handelingen der regering en der wetgevende magt
Vorige scan Volgende scanScanned page
■ 5/,.
r
*
12
Akt. 1.
weerklank zal vinden, en dat vrij algemeen zal worden
toegestemd , dat liet door haar voorgedragen minimum voor
Nederland en in den tegenwoordigen tijd geenszins te veel
omvattend kan worden genoemd. Wclligt zou twijfel kun-
nen rijzen, of het zingen wel onder de vakken, welker
kennis voor een ieder onmisbaar is, moet worden gerang-
schikt, maar nu het zingen in het lager onderwijs is op-
genomen , acht de Regering het wenschelijk, dat dit worde
verklaard tot het gewoon lager onderwijs te behooren, en
de zang alzoo overeenkomstig veler verlangen op alle
openbare scholen beoefend. Indien, zoo als het voornemen
is, het examen wordt beperkt tot de theorie, vervallen de
bezwaren, waarop ook vroeger door de Regering gewezen
is, en kunnen alle onderwijzers, zelfs zij die, wat stem-
geluid en gehoor betreft, minder gelukkig bedeeld zijn,
aan de eischen voldoen. Met deze korte opmerkingen
meent de Regering te kunnen volstaan. (Mem. van Beantw.
van 16. Junij 1857.)
Het gewoon lager onderwijs zal zeker moeten zijn het
minimum van het onderwijs in alle gemeenten, maar het
meer uitgebreid lager onderwijs zal daar moeten gegeven
worden , waar de behoefte van de bevolking het mede-
brengt : het zal kunnen gegeven worden, waar men het
verlangt: dat is de zin en de strekking van de wetsbepa-
ling. Acht dus de gemeenteraad van eene geringe ge-
meente het noodig ' in hare school het meer uitgebreid
lager onderwijs te doen geven, die vrijheid zal aan den
gemeenteraad niet ontnomen zijn; maar het ligt niet in
de bedoeling van de Regering om zoodanigen gemeente-
raad tot de opvoering van het onderwijs in dien meer uit-
gebreiden zin te noodzaken. (Min. van binnenl. zaken,
Bijbl. 1857, bladz. 201, P Kam. der St.-Gen.)
De Regering zou misschien de bevoegdheid uit de bepa-
lingen der wet knnnen ontleenen, om de gemeenteraden ,
tot het doen geven van het meer uitgebreid lager onder-
wijs, te doen noodzaken. (Min. van binnenl. zaken, Bijbl.
1857, blaclz. 101, 1= Kam. der St.-Gen.)