Boekgegevens
Titel: Wet op het lager onderwijs, van den 13. augustus 1857, (Staatsblad No. 103.): met aanteekeningen uit de geschiedenis van het onderwijs, de handelingen der regering en der wetgevende magt
Auteur: Hemkes, H.
Uitgave: Groningen: J. Oomkens, J. Zoon, 1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 679 F 9 (2)
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204584
Onderwerp: Recht: bestuursrecht: overige
Trefwoord: Lager onderwijs, Wet op het lager onderwijs (1857), Nederland, Wetteksten (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Wet op het lager onderwijs, van den 13. augustus 1857, (Staatsblad No. 103.): met aanteekeningen uit de geschiedenis van het onderwijs, de handelingen der regering en der wetgevende magt
Vorige scan Volgende scanScanned page
206
Akt. 67 en 63.
digen uit de jaarlijksche verslagen der schoolopzieners en
uit hunne eigene aanteekeningen jaarlijks een berede-
neerd verslag omtrent den toestand van het onderwijs in
de provincie, en zenden dit vóór den JuHj aan On-
zen Minister voornoemd.
De betrekking van provincialen inspecteur, zooals ik
mij voorstel, behoort ook te wezen eene betrekking waar-
door meer invloed dan wel gezag wordt uitgeoefend; en
nu schijnt het mij toe, dat in elk gewest door een pro-
vincialen inspecteur dat eigenaardig karakter meer kan
worden gekend en in acht genomen, dan wanneer wij
eene andere verdeeling in zijn werkkring maken. (Min.
van binnenl. zaken, Bijbl. 1857, bladz. 1210.)
TITEL VI.
OYERCÏANGSBEPALINGEN.
Art. 68. (a) De onderwijzers en onderwijzeressen, zoo
openbare als bijzondere, de huisonderwijzers en huison-
derwijzeressen, die op het tijdstip van het in werking
treden dezer wet wettig in die betrekkingen zijn, be-
hoeven, om daarin voort te gaan, geene herbenoeming
of erkenning.
(b) Na dat tijdstip worden de vóór hetzelve verkregen
acten van algemeene toelating van den 1"®" en rang
beschouwd gelijke regten te geven als de acten van be-
kwaamheid als hoofdonderwijzer; die van den 3''"' rang
gehjke regten als de acten van bekwaamheid als hulp-