Boekgegevens
Titel: Wet op het lager onderwijs, van den 13. augustus 1857, (Staatsblad No. 103.): met aanteekeningen uit de geschiedenis van het onderwijs, de handelingen der regering en der wetgevende magt
Auteur: Hemkes, H.
Uitgave: Groningen: J. Oomkens, J. Zoon, 1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 679 F 9 (2)
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204584
Onderwerp: Recht: bestuursrecht: overige
Trefwoord: Lager onderwijs, Wet op het lager onderwijs (1857), Nederland, Wetteksten (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Wet op het lager onderwijs, van den 13. augustus 1857, (Staatsblad No. 103.): met aanteekeningen uit de geschiedenis van het onderwijs, de handelingen der regering en der wetgevende magt
Vorige scan Volgende scanScanned page
205
Akt. 65, 66 en 67.
zouden vereenigen, en van waar de voorstellen tot alge-
meene maatregelen omtrent de verdere ontwikkeling van
het volksschoolwezen hunnen oorsprong zouden nemen.
(Voorl. Versl. van 6. April 1857.)
Schoon de wet geen voorschrift bevat, [om namelijke
eene jaarlijksche bijeenkomst van alle schoolopzieners in
de provincie, onder voorzitting van den inspecteur te
houden] belet zij toch van den anderen kant niet, dat de
schoolopzieners, wanneer dit noodig wordt geoordeeld,
door den provincialen inspecteur worden bijeengeroepen.
(Mem. van Beantw. op het Versl. 1® Kam. der St.-Gen.
van 9. Aug. 1857.)
Het komt wij voor dat een schoolopziener met gema-
tigdheid , vooral met goeden raad en wijs beleid, ten aan-
zien der onderwijzers moet te werk gaan, maar zich niet
moet voordoen als de man van gezag, of de man, die
overheerschenden invloed wil uitoefenen. (Min. van binnenl.
zaken, 1" Kam. der St.-Gen., Bijbl. 1857, bladz. 201.)
Art. 66. De schoolopzieners hebben toegang tot de
vergaderingen van alle plaatselijke schoolcommissiën in
hun district, en brengen daarin eene raadgevende stem
uit.

Art. 67. De inspecteurs trachten, zoo door school-
bezoek als door mondeling en schriftelijk overleg met de
districts-schoolopzieners, plaatselijke schoolcommissiën en
gemeentebesturen, de verbetering en den bloei van het
schoolwezen te bevorderen; zij lichten Onzen Minister
van Binnenlandsche Zaken voor omtrent alle onderwer-
pen waarover hun oordeel wordt gevraagd; zij vervaar-