Boekgegevens
Titel: Wet op het lager onderwijs, van den 13. augustus 1857, (Staatsblad No. 103.): met aanteekeningen uit de geschiedenis van het onderwijs, de handelingen der regering en der wetgevende magt
Auteur: Hemkes, H.
Uitgave: Groningen: J. Oomkens, J. Zoon, 1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 679 F 9 (2)
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204584
Onderwerp: Recht: bestuursrecht: overige
Trefwoord: Lager onderwijs, Wet op het lager onderwijs (1857), Nederland, Wetteksten (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Wet op het lager onderwijs, van den 13. augustus 1857, (Staatsblad No. 103.): met aanteekeningen uit de geschiedenis van het onderwijs, de handelingen der regering en der wetgevende magt
Vorige scan Volgende scanScanned page
201
Art. 64 en 65.
maar gaat van de onderstelling uit, dat, even als de
vroegere algemeene verordeningen door deze wet, zoo
ook de vroegere provinciale en plaatselijke verordeningen
op Let lager onderwijs door nieuwe zullen worden ver-
vangen. Hierin ligt tevens eene aanwijzing van hetgeen
bedoeld wordt met verordeningen op het lager onderwijs,
namelijk niet uitslnitend die, welke in de algemeene wet
voorkomen, maar ook die, welke provinciale en gemeen"
tebesturen ter uitvoering dier wet zullen meenen te moeten
vaststellen. Verordeningen door provinciale en gemeente-
besturen , binnen den kring hunner bevoegdheid vastge-
steld , hebben kracht van wet, en bijgevolg is bij dit
artikel inderdaad alleen sprake van verordeningen, waar-
aan wettelijke verpligtingen verbonden zijn. (Mem. van
Toel. van 21. Febr. 1857.)
De Regering stemt toe, dat het verkeerd zou zijn te
veel op de werking der plaatselijke schoolcommissie te
laten aankomen, maar zij gelooft niet, dat de wet aan
die commissie eenen te grooten zelfstandigen werkkring
heeft gegeven. Die gevallen, waarin zij, met uitsluiting
van den schoolopziener, optreden, zijn weinig in getal,
en let men op den werkkring bij art. (65) aan dezen
toegekend, men zal bemerken , dat hij alle handelingen
dier commissiën nagaan kan, en aanvullen hetgeen, waarin
zij te kort mogten schieten. (Mem. van Beantw. van 16.
Junij 1857.)
Art. 65. De schoolopzieners zorgen voortdurend be-
kend te blijven met den toestand van het schoolwezen
in hun district; bezoeken ten minste tweemalen 'sjaars
alle scholen in hetzelve waar lager onderwijs wordt ge-
geven en houden van dat schoolbezoek naauwkeurig
aanteekening; zorgen dat de verordeningen op het la-
ger onderwijs stipt nagekomen worden; treden in overleg
met de plaatselijke schoolcommissiën en de gemeente-