Boekgegevens
Titel: Wet op het lager onderwijs, van den 13. augustus 1857, (Staatsblad No. 103.): met aanteekeningen uit de geschiedenis van het onderwijs, de handelingen der regering en der wetgevende magt
Auteur: Hemkes, H.
Uitgave: Groningen: J. Oomkens, J. Zoon, 1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 679 F 9 (2)
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204584
Onderwerp: Recht: bestuursrecht: overige
Trefwoord: Lager onderwijs, Wet op het lager onderwijs (1857), Nederland, Wetteksten (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Wet op het lager onderwijs, van den 13. augustus 1857, (Staatsblad No. 103.): met aanteekeningen uit de geschiedenis van het onderwijs, de handelingen der regering en der wetgevende magt
Vorige scan Volgende scanScanned page
199
Art. 63.
school en onderwijs zullen dienen, of zij alleen stof voor
verslagen en opgaven zijn, naar inzien der Regering, uit-
stekend geschikt om aan haar en aan het schooltoezigt
invloed op het schoolwezen en het onderwijs te verzeke-
ren. Openbaarmaking van den toestand, waarin het
schooltoezigt het schoolwezen heeft gevonden — de Rege-
ring is voornemens aan de mededeeling van het schooltoe-
zigt te dien aanzien de meeste openbaarheid te geven —,
zal het krachtigst middel wezen om het slechte onderwijs
tegen te gaan en het goede te ondersteunen, te verbete-
ren en te bevorderen.
Dat de uitdrukking, verlangde inlichtingen, eene bron
van kwelling en verwarring zou kunnen worden zou wel-
ligt zijn te vreezen, zoo er niet ware bijgevoegd, omtrent
hunne school en hun onderwijs. (Mem. v. Toel. van 30.
Dec. 1855.)
(b) Alle inlichtingen worden bedoeld derhalve, welke
strekken kunnen om te vernemen, of de verordeningen
omtrent het lager onderwijs behoorlijk worden nageleefd,
om bekend te worden, niet alleen met de inrigting van
het schoollocaal, het aantal schoolgaande kinderen, het
personeel der onderwijzers en dergelijke, maar ook met
het onderwijs zelf, met ^e daarbij gebruikte leerwijze en
boeken, met de vruchten van het onderwijs. (Mem. van
Toel. van 21. Febr. 1857.)
(e) De Regering geeft toe, dat het altijd eene hoogst
bedenkelijke zaak is, een dienstdoende onderwijzer, al is
het slechts voor weinige dagen, aan gevangenis straf te
onderwerpen, maar de onderwijzer kan dit voorkomen
door de gevraagde inlichtingen te geven, terwijl het in
allen geval, bij de eerste weigering, van den regter af-
hangt, of de gevangenisstraf zal worden uitgesproken.
Vooral ten aanzien van het bijzonder onderwijs, waarbij
het toezigt minder krachtig tusschen beide kan treden,
moet het in de gelegenheid worden gesteld, voor zijne
mededeelingen aan de Regering vereischte inlichtingen ta
kunnen erlangen. (Mem. v. Toel. van 30. Dec. 1855.)