Boekgegevens
Titel: Wet op het lager onderwijs, van den 13. augustus 1857, (Staatsblad No. 103.): met aanteekeningen uit de geschiedenis van het onderwijs, de handelingen der regering en der wetgevende magt
Auteur: Hemkes, H.
Uitgave: Groningen: J. Oomkens, J. Zoon, 1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 679 F 9 (2)
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204584
Onderwerp: Recht: bestuursrecht: overige
Trefwoord: Lager onderwijs, Wet op het lager onderwijs (1857), Nederland, Wetteksten (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Wet op het lager onderwijs, van den 13. augustus 1857, (Staatsblad No. 103.): met aanteekeningen uit de geschiedenis van het onderwijs, de handelingen der regering en der wetgevende magt
Vorige scan Volgende scanScanned page
177
Aet. 48 en 49.
(b) Tevens moest nu ook, ten gevolge van (art. 46)
worden bepaald hoe het bewijs zou worden geleverd, dat
de huisonderwijzer het examen in verdere vakken van het
lager onderwijs met goed gevolg had doorgestaan. Gelijke
wijze van behandeling scheen daarvoor raadzaam. (Mem.
v. Beantw. van 16. Junij 1857.)
Art. 49. (a) "Wanneer het examen naar genoegen
der commissie is afgelegd, wordt door haar aan den ge-
examineerde de verlangde acte uitgereikt.
(b) Op de acte van bekwaamheid tot het geven van
schoolonderwijs worden tevens het vak of de vakken
van het meer uitgebreid lager onderwijs aangeteekend,
waarin met gunstig gevolg examen is afgelegd.
(c) Insgelijks worden op de acten van bekwaamheid
tot het geven van huisonderwijs de verdere vakken van
het lager onderwijs aangeteekend, waarin met gunstig
gevolg examen is afgelegd.
(b) Welke verdere aanteekeningen bedoeld loorden in, deze
zinsnede? Wanneer een onderwijzer examen heeft afgelegd
in het gewone onderwijs en dan nog een examen wenscht
af te leggen in de vakken van meer uitgebreid onderwijs j
dan zal van dat examen aanteekening worden gehouden
op de acte. Legt hij bij eene volgende gelegenheid nog
een examen afin een ander vak, dan zal dat eene tweede
aanteekening zijn; en zoo vervolgens. Dit zijn de verdere
aanteekeningen, die in de voorlaatste zinsnede van het ar-
tikel worden bedoeld. (Min. van Binnenl. Zaken, Bijbl.
1857, bladz. 1198.)
(c) Ik wensch voor te stellen om aan de huisonderwijs
eers, die als schrijfmeesters uitmunten of bekwame reken'
12