Boekgegevens
Titel: Wet op het lager onderwijs, van den 13. augustus 1857, (Staatsblad No. 103.): met aanteekeningen uit de geschiedenis van het onderwijs, de handelingen der regering en der wetgevende magt
Auteur: Hemkes, H.
Uitgave: Groningen: J. Oomkens, J. Zoon, 1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 679 F 9 (2)
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204584
Onderwerp: Recht: bestuursrecht: overige
Trefwoord: Lager onderwijs, Wet op het lager onderwijs (1857), Nederland, Wetteksten (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Wet op het lager onderwijs, van den 13. augustus 1857, (Staatsblad No. 103.): met aanteekeningen uit de geschiedenis van het onderwijs, de handelingen der regering en der wetgevende magt
Vorige scan Volgende scanScanned page
170
Art. 33.
seien der geschiedenis, der aardrijkskunde en der natuur-
kunde voor een ieder onmisbaar is te -achten, die deel
uitmaakt eener beschaafde maatschappij, en dat vooral
hier te lande, waar het lager onderwijs over het alge-
meen , reeds eene vrij groote ontwikkeling heeft gekre-
gen , een ieder iu de gelegenheid moet worden gesteld,
zich met de beginselen der genoemde vakken bekend te
maken. (Mem. v. Toel. van 30. Dec. 1855.).
(f) Thans kon het artikel zoo gelezen worden, als of
laatstgenoemde ook niet in geschiedenis, aardrijkskunde
en wat verder in het artikel volgt, werd geëxamineerd.
Men wilde van beginselen der geschiedenis en aardrijks-
kunde gesproken hebben. Men antwoordde, dat de aard
der zaak reeds zulk eene beperking medebrengt, die
trouwens uitdrukkelijk in de volgende artikelen ligt. (Voorl.
Versl. van 6. April 1857.)
(f) Waar het wetenschappen van zulk een grooten om-
vang geldt, kan niets anders meer bedoeld worden, dan
datgeen wat voor het geven van behoorlijk onderwijs aan
kinderen vereischt wordt. Evenzoo kan in eene volgende
alinea, waar van opvoeding gesproken wordt, alleen aan
de paedagogische, of zoo men wil de schoolopvoeding
worden gedacht. Maar zal dan nu het onderwijs in de
vaderlandsche en gewijde geschiedenis geheel losgelaten ,
en dus dat element van volksopleiding van de lagere
school verbannen worden ? (Voorl. Versl. van 6. April
1857.)
(f) Oilderwijs in de geschiedenis op de lagere school
is denkbaar, zonder dat daarin aan die der vaderlandsche
eene betrekkelijk ruime plaats worde toegekend; en dat
ook de gewijde geschiedenis, als onderdeel der algemeene,
van zelf zal worden geleeraard. (Voorl. Versl. van 6. April
1857.)
(f) Uit de artikelen wegens de examina der onderwij-
zers is de afzonderlijke vermelding der gewijde en der
vaderlandsche geschiedenis weggevallen, als om te doen
zien , dat bij het onderrigt in de geschiedenis al wat tot