Boekgegevens
Titel: Wet op het lager onderwijs, van den 13. augustus 1857, (Staatsblad No. 103.): met aanteekeningen uit de geschiedenis van het onderwijs, de handelingen der regering en der wetgevende magt
Auteur: Hemkes, H.
Uitgave: Groningen: J. Oomkens, J. Zoon, 1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 679 F 9 (2)
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204584
Onderwerp: Recht: bestuursrecht: overige
Trefwoord: Lager onderwijs, Wet op het lager onderwijs (1857), Nederland, Wetteksten (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Wet op het lager onderwijs, van den 13. augustus 1857, (Staatsblad No. 103.): met aanteekeningen uit de geschiedenis van het onderwijs, de handelingen der regering en der wetgevende magt
Vorige scan Volgende scanScanned page
153
Art. 36 en 37.
gemeente zal blijven door Ons bepaald en in het overige
door de provincie en het Rijk, elk voor de helft, voor-
zien.
Dit punt dat de gemeente voorziet in de kosten van
het onderwijs moest door al het vroeger de-wege ver-
handelde als beslist beschouwd Avorden. Echter wilde men
de gemeente niet meer doen bijdragen dan billijkwijze van
haar gevorderd kan worden. (Voorl. versl. van 6. April
1857.)
Werd aan de gemeenten en provinciën vrijheid gelaten,
naar welgevallen te handelen, [aangaande de uitgaven
voor het onderwijs] men liep gevaar, dat het onderwijs
leed, of aan het rijk een te zware last werd opgelegd.
(Mem. van Beantw. op het Versl. 1' Kam. der St.-Gen.
van 9. Aug. 1857.)
TITEL lil.
VAN HKT BIJZONDER ONDERWIJS.
Art. 37. Tot het geven van bijzonder schoolonder-
wijs of van huisonderwijs wordt vereischt het bezit:
a. eener acte van bekwaamheid;
b. van gelijk getuigschrift als in art. 21, lit. b, is
vermeld;
c. van een bewijs, dat beide deze stukkeu door
burgemeester en wetliouders der gemeente, waar het
onderwijs zal gegeven worden, zijn gezien en in orde
bevonden.