Boekgegevens
Titel: Wet op het lager onderwijs, van den 13. augustus 1857, (Staatsblad No. 103.): met aanteekeningen uit de geschiedenis van het onderwijs, de handelingen der regering en der wetgevende magt
Auteur: Hemkes, H.
Uitgave: Groningen: J. Oomkens, J. Zoon, 1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 679 F 9 (2)
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204584
Onderwerp: Recht: bestuursrecht: overige
Trefwoord: Lager onderwijs, Wet op het lager onderwijs (1857), Nederland, Wetteksten (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Wet op het lager onderwijs, van den 13. augustus 1857, (Staatsblad No. 103.): met aanteekeningen uit de geschiedenis van het onderwijs, de handelingen der regering en der wetgevende magt
Vorige scan Volgende scanScanned page
6
Inleiding.
Den 22. Septemb. 1854 is het ontwerp van wet op hel
lager en middelbaar onderwijs in de zitting van de Tweede
Kamer der Staten-Generaal ingekomen.
Den 24. Mei 1855 is door de Tweede Kamer een voor-
loopig verslag, op het ontwerp van wet op het lager en mid-
delbaar onderwijs, uitgebragt, waarbij het vooral, om zijne
onvolledigheid werd afgekeurd; ook wensehte men eene
afzonderlijke regeling van het lager onderwijs, cn was
men tegen eene facultative splitsing der scliool.
In de troonrede van 17. Sept. 1855 wordt gezegd, dat er
aan de voldoening van art. 5 der additionnelo artikelen zal
worden gearbeid, en 'waaronder ook het lager onderwijs is
begrepen.
Den 25. November 1855, wordt door de Regering, in
het antwoord op het voorloopig verslag over de staats-
begrooting van 1856, te kennen gegeven, dat er drie
ontwerpen van wet achtervolgens ter regeling van het
lager-, middelbaar en hooger onderwijs zullen worden
aangeboden, en dat het eerste betrekkelijk het lager on-
derwijs, naar alle -waarschijnlijkheid, voor het einde van
het jaar zal worden ingediend.
In de zitting van de Tweede Kamer der Staten-Gene-
raal, van 30. November 1855, antwoordt de minister van
binnenl. zaken op de vraag: Is de Nederlandsche natie
eene Christelijke natie?
Ja en neen. Neen, in het staatkundige niet, en met
het oog op de grondwet, kan het christelijk beginsel (aan
de opvoeding en het onderwijs in de openbare school) niet
dienstbaar gemaakt worden.
Het lid van de Tweede Kamer der Staten-Generaal, SP.
■\v. m. de brauw, zegt aan den minister van binnenl. zaken:
Gij zult stuiten op eenen onbedwingbaren tegenstand bij
de natie, zoodanig, dat gij zult zien, dat gij zulk een be-
ginsel zult moeten opgeven.
Den 30. December 1855 werd het ontwerp van wet op
het lager onderwijs aan de Tweede Kamer der Staten-Ge-
raal ingediend.