Boekgegevens
Titel: Wet op het lager onderwijs, van den 13. augustus 1857, (Staatsblad No. 103.): met aanteekeningen uit de geschiedenis van het onderwijs, de handelingen der regering en der wetgevende magt
Auteur: Hemkes, H.
Uitgave: Groningen: J. Oomkens, J. Zoon, 1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 679 F 9 (2)
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204584
Onderwerp: Recht: bestuursrecht: overige
Trefwoord: Lager onderwijs, Wet op het lager onderwijs (1857), Nederland, Wetteksten (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Wet op het lager onderwijs, van den 13. augustus 1857, (Staatsblad No. 103.): met aanteekeningen uit de geschiedenis van het onderwijs, de handelingen der regering en der wetgevende magt
Vorige scan Volgende scanScanned page
mmm
146
Art. 33.
(b) Moeten annlenturen, cïiaconiën enz. nu nog bijdragen
voor het onderwijs doen? De Eegering antwoordt: Ook
zonder bnnne bnlp en medewerking moet in de behoefte
worden voorzien. (Mem. v. Toel. van 21. Febr. 1857.)
(b) De wet kan niet voorschrijven welke soort van seho-
len en voor welke standen der maatschappij de Gemeente-
besturen scholen moeten oprigten. Bovendien is, naar haar
inzien , eene nadere bepaling voor het onderwijs der armen-
kinderen onnoodig. Indien toch de wet voorschrijft, dat
er in elke gemeente een voor de bevolking en de behoefte
voldoend getal scholen, dus ook voor de kinderen der
armen moet zijn; indien zij verder bepaalt dat die kinde-
ren van de betaling van schoolgeld zijn vrijgesteld, is het
verlangde voorschrift, dat de Gemeentebesturen zorgen,
dat alle armenkinderen kosteloos onderwijs kunnen genie-
ten, reeds in de wet te vinden en vereischt het geene
nadere bevestiging. (Mem. v. Toel. van 21. Febr. 1857.)
(b) Op de vraag: of de armenscholen zullen Tcomen te ver-
vallen? antwoordt de minister van binnenl. zaken:
Het heeft geenszins in de bedoeling der Regering gele-
gen , om de Gemeentebesturen daaromtrent aan banden
te leggen, het volgt niet uit het art., dat er een regt zou
bestaan, aan de zijde der bedeelden of onvermogenden,
om te vorderen, van te worden toegelaten op deze of gene
openbare school; het zal aan de Gemeentebesturen zijn
overgelaten te bepalen, op welke scholen de bedeelden of
onvermogenden zullen worden onderwezen. Indien dus
een Gemeentebestuur eene school wil aanwijzen, waarin
alleen bedeelden of onvermogenden zullen worden toegela-
ten, dan zal het aan dit bestuur vrij staan dit te doen.
(Bijbl. 1857, 1« Kam. der St.-Gen., bladz. 202.)
(c) Met aandrang is verlangd, dat armenkinderen zon-
der onderscheid kosteloos onderwijs genieten, nog meer
bijzonder aan het Gemeentebestuur op het hart te druk-
ken. Men verlangt, dat in 't algemeen van de zijde der
gemeente het mogelijke worde gedaan, opdat geen enkel
armenkind van het ontvangen van lager onderwijs versto-