Boekgegevens
Titel: Wet op het lager onderwijs, van den 13. augustus 1857, (Staatsblad No. 103.): met aanteekeningen uit de geschiedenis van het onderwijs, de handelingen der regering en der wetgevende magt
Auteur: Hemkes, H.
Uitgave: Groningen: J. Oomkens, J. Zoon, 1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 679 F 9 (2)
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204584
Onderwerp: Recht: bestuursrecht: overige
Trefwoord: Lager onderwijs, Wet op het lager onderwijs (1857), Nederland, Wetteksten (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Wet op het lager onderwijs, van den 13. augustus 1857, (Staatsblad No. 103.): met aanteekeningen uit de geschiedenis van het onderwijs, de handelingen der regering en der wetgevende magt
Vorige scan Volgende scanScanned page
142
Aet. 32 en 33.
hij door gesprek en aanmaning het geheel ongeschikte wel
weten te weren. Het geval dat het Gemeentebestuur in
eene zaak als dezen tegen den verklaarden wensch van
den onderwijzer handelde, zou wel niet dikwijls voorko-
men. Had het plaats, de schoolopziener zou in het ge-
schil de beste middelaar zijn. fMem. v. Beantw. van 16.
Junij 1857.)
Art. 33. (a) Ter tegemoetkoming in deze kosten kan
eene bijdrage voor ieder schoolgaand kind worden ge-
heven.
(b) Bedeelden en zij, die, schoon niet bedeeld, on-
vermogend zijn schoolgeld te betalen, worden niet aan
de heffing onderworpen.
(c) Het gemeentebestuur bevordert zooveel mogelijk
het schoolgaan der kinderen van bedeelden en onvermo-
genden.
(a) Kosteloos onderwijs op de openbare scholen zou
het onderwijs dooden. Om dezelfde reden achtte men
het door sommigen geopperd denkbeeld onaannemelijk,
om schoolgeld te helfen van alle ouders, wier kinderen
in de schooljaren vallen. Zoodoende zou de ingezeten,
die voor zijne kinderen het bijzonder onderwijs boven het
openbaar kiest, aan een dubbelen last onderworpen en
dus als 't ware door die keus gestraft worden. (Voorl.
Versl. van 22. Mei 1855.)
(a) Men keurde de algemeene invoering van kosteloos
onderwijs op de openbare lagere scholen af, of achtte
die zelfs strijdig met den geest der Grondwet. Wanneer
uit de algemeene middelen der gemeente eene genoeg-
zame som voor de kosten van het onderwijs en de bezol-
diging des onderwijzers wordt bijgedragen, kan het door
de ouders te betalen schoolgeld op een matig bedrag