Boekgegevens
Titel: Wet op het lager onderwijs, van den 13. augustus 1857, (Staatsblad No. 103.): met aanteekeningen uit de geschiedenis van het onderwijs, de handelingen der regering en der wetgevende magt
Auteur: Hemkes, H.
Uitgave: Groningen: J. Oomkens, J. Zoon, 1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 679 F 9 (2)
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204584
Onderwerp: Recht: bestuursrecht: overige
Trefwoord: Lager onderwijs, Wet op het lager onderwijs (1857), Nederland, Wetteksten (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Wet op het lager onderwijs, van den 13. augustus 1857, (Staatsblad No. 103.): met aanteekeningen uit de geschiedenis van het onderwijs, de handelingen der regering en der wetgevende magt
Vorige scan Volgende scanScanned page
137
Art. 31.
Het is eene uitgemaakte waarheid, dat wanneer de
Staat zicli zoude belasten met het doen geven van onder-
wijs , de kosten daarvan tot eene verbazende hoogte zou-
den klimmen, omdat dan die spaarzaamheid, dat zuinig
overleg zouden ontbreken, die nu van de Gemeentebe-
sturen kunnen worden verwacht. Van den anderen kant
is er in de wet voor gezorgd, om te gemoet te kunnen
komen daar, waar de kosten voor de gemeente to zwaar,
te drukkend zouden zijn. (Min. van binnenl. zaken,
Bijbl. 1857, bladz. 201, P Kam. der St.-Gon.)
De bijvoeging voor zoo verre die niet op andere wijze
worden gevonden is noodig geoordeeld, omdat niet overal
de kosten van het openbaar lager onderwijs uitsluitend
ten laste der gemeenten zullen behoeven te komen. In
sommige gemeenten toch bestaan daarvoor reeds fond-
sen , aflvomstig van stichtingen, legaten, schenkingen
enz., in andere kunnen dergelijke fondsen worden op-
gerigt; ook is het mogelijk, dat diakoniën of weldadige
ingezetenen voor het onderwijs der arme kinderen bijdra-
gen zullen geven, zooals velen pleegden te doen. Schreef
de wet eenvoudig voor, dat de gemeente in de ko.«ten
van haar lager onderwijs voorziet, deze zou verpligt
wezen die kosten voor hare rekening te nemen, ook al
waren er hulpbronnen van bovengenoemden aard. Eene
uitzondering op den algemeenen regel was dus noodig.
(Mem. v. Toel. van 30. Dec. 1855.)
Het zal wel geene verzekering behoeven, dat waar op
de schatkist of op de provincie wettige verpligtingen
rusten om de kosten van het openbaar lager ouderwijs
in sommige gemeenten geheel of gedeeltelijk te dragen,
die verpligtingen zullen worden nageleefd. (Mem. v. Toel.
21. Febr. 1857.)
De Regering heeft gemeend zich te moeten bepalen bij het
denkbeeld, bm de kosten van het onderwijs in den regel
te brengen ten laste van de gemeenten. Het is mijne
overtuiging, dat, wanneer de Staat zich belastte met de
kosten van het lager onderwijs, dat lager onderwijs waar-