Boekgegevens
Titel: Wet op het lager onderwijs, van den 13. augustus 1857, (Staatsblad No. 103.): met aanteekeningen uit de geschiedenis van het onderwijs, de handelingen der regering en der wetgevende magt
Auteur: Hemkes, H.
Uitgave: Groningen: J. Oomkens, J. Zoon, 1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 679 F 9 (2)
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204584
Onderwerp: Recht: bestuursrecht: overige
Trefwoord: Lager onderwijs, Wet op het lager onderwijs (1857), Nederland, Wetteksten (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Wet op het lager onderwijs, van den 13. augustus 1857, (Staatsblad No. 103.): met aanteekeningen uit de geschiedenis van het onderwijs, de handelingen der regering en der wetgevende magt
Vorige scan Volgende scanScanned page
19!!
132
Aet. 80.
Die aanvrage moet, op verbeurte van alle aanspraak
op pensioen, binnen vijf jaar na het verkrijgen der be-
voegdheid om de aanvrage te doen, worden ingediend bij
het Departement van Algemeen Bestuur, waaronder de
belanghebbende, of hij , door wiens overlijden de bevoegd-
heid verkregen is, heeft behoord.
AYanneer de aanvrage niet binnen een jaar na het ver-
krijgen der bevoegdheid daartoe is ingediend, gaat het
pensioen eerst in met het vierendeel jaars, volgende op
dat, waarin de aanvrage gedaan is.
Ten aanzien van ambtenaren, wordt de bevoegdheid
gerekend eerst verkregen te zijn door ontslag.
■ Art. 23. Geen pensioen wordt toegekend anders dan
bij besluit van den Koning, houdende vermelding der
gronden, waarop het pensioen verleend wordt.
Van deze besluiten wordt in de Staats-Courant opgave
gedaan, voor zooveel betreft den naam van den gepen-
sionneerde, het bedrag van het pensioen en de toepasse-
lijke wetsbepaling.
Voorts wordt bij de indiening van de begrooting van
Staats-uitgaven, jaarlijks aan de Staten-Generaal overge-
legd eene lijst van de, sedert de indiening der vorige
begrooting verleende pensioenen.
Die lijst wijst aan :
a. de namen der gepensionneerden;
b. hun ouderdom, woonplaats en de laatste dienst-
betrekking;
c. de oorzaak van het gegeven ontslag;
d. de artikelen der wet, krachtens welke het pensioen
is verleend;
e. het bedrag van het pensioen;
ƒ. de bevoegdheid tot overgang van het pensioen op
de weduwe of weezen, wanneer dit geval zich
kan voordoen.
Art. 24. De pensioenen worden verleend , zonder daarbij
tot onderdeelen van den gulden af te dalen.
Zij gaan, behoudens de uitzonderingen in art. 22 ver-