Boekgegevens
Titel: Wet op het lager onderwijs, van den 13. augustus 1857, (Staatsblad No. 103.): met aanteekeningen uit de geschiedenis van het onderwijs, de handelingen der regering en der wetgevende magt
Auteur: Hemkes, H.
Uitgave: Groningen: J. Oomkens, J. Zoon, 1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 679 F 9 (2)
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204584
Onderwerp: Recht: bestuursrecht: overige
Trefwoord: Lager onderwijs, Wet op het lager onderwijs (1857), Nederland, Wetteksten (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Wet op het lager onderwijs, van den 13. augustus 1857, (Staatsblad No. 103.): met aanteekeningen uit de geschiedenis van het onderwijs, de handelingen der regering en der wetgevende magt
Vorige scan Volgende scanScanned page
117
Akt. 23.
wijs betreft, eenige meer vrije beweging geheel onge-
oorloofd zoude zijn. Zou b. v. in eene school van onver-
mengd Protestantsche kinderen het lezen in den bijbel,
wanneer daarop prijs wordt gesteld, streng moeten wor-
den geweerd? Dit kan daar niemand hinderen, en van
buiten sluiten van Roomsch-Catholijken kan däär niet de
rede zijn. De Regering kan zich niet voorstellen, dat dit
het verlangen zou wezen van de Roomsch-Catholijken,
evenmin als zij zich kan voorstellen, dat de Protestanten
zouden begeeren, dat op de school, onvermengd met
Roomsch-Catholijke leerlingen bevolkt, streng worde ge-
weerd wat Protestantsche begrippen zou kunnen kwetsen.
Het spreekt echter van zelf, dat ook die school toegan-
kelijk moet blijven voor alle kinderen, naar het voorschrift
van art. 16 en dat, houdt zij op eene ongemengde school
te zijn, ook die vrijere beweging moet ophouden, welke
in strijd zoude zijn met het voorschrift van het 2' lid van
art. 23. In zoodanig geval zou ten hoogste kunnen wor-
den toegelaten, dat het bijbellezen plaats vond buiten
tegenwoordigheid der kinderen, welke daaraan niet mogen
deel nemen, mits het onderwijs aan dezen te geven, daar-
door geen schade leed. Dergelijke schikking, hier en daar
reeds door ondervinding beproefd bevonden, zou weldadig
kunnen werken, in zooverre zij aan de eene zijde bevre-
diging schenkt, aan de andere zijde misbruik voorkomt,
waarover dikwerf is geklaagd. (Mem. v. Toel. van 16.
Junij 1857.)
(b) Ook zelfs op de school der gemeenten, waarvan de
bevolking onverdeeld dezelfde godsdienst belijdt, Jioeda-
nige er in ons vaderland gevonden worden, behoort de
eerbied, verschuldigd aan de godsdienstige begrippen van
andersdenkenden, in het oog gehouden te worden, ook daar
moet onderlinge liefde en verdraagzaamheid den kinderen
worden ingeprent. Er moet in dit opzigt niet blootelijk gelet
worden op de begrippen der aanwezige kinderen, gelijk eene
vroegere redactie medebragt; maar uit welke dan ook,
voorzeker tegen de bedoeling, kon worden afgeleid, «lat de