Boekgegevens
Titel: Wet op het lager onderwijs, van den 13. augustus 1857, (Staatsblad No. 103.): met aanteekeningen uit de geschiedenis van het onderwijs, de handelingen der regering en der wetgevende magt
Auteur: Hemkes, H.
Uitgave: Groningen: J. Oomkens, J. Zoon, 1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 679 F 9 (2)
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204584
Onderwerp: Recht: bestuursrecht: overige
Trefwoord: Lager onderwijs, Wet op het lager onderwijs (1857), Nederland, Wetteksten (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Wet op het lager onderwijs, van den 13. augustus 1857, (Staatsblad No. 103.): met aanteekeningen uit de geschiedenis van het onderwijs, de handelingen der regering en der wetgevende magt
Vorige scan Volgende scanScanned page
108
Art. 23.
zonden en allerlei ondeugden in haren wasdom worde be-
lemmerd; dat niet op de school ongehoorzaamheid en leu-
gen en zoo menigerlei zedelijke krankheid mogen worden
gekweekt en toegelaten, die den voorspoedigen groei van
die plant zouden in den weg staan. Dat is het eenige,
en dat is het opvoedende Christelijke element dat men op
de school moet hebben en dat daar niet gemist kan wor-
den. Maar nu ontstaat de groote vraag, waarop het hier,
bijzonder aankomt: is dat mogelijk? Is het mogelijk om
te hebben op de gemengde school eene opleiding tot Chris-
telijke deugd, waarvan de wortel elders en dus niet op de
school gelegd is ?
Op die vraag heb ik maar één antwoord, dat ik in ge-
moede geef, en dat antwoord is: „Ja, dat is wel mogelijk."
Die dat loochent, dat ontkent, daaraan twijfelt, wanneer
hij dat noemt eene logen en er nog ergere qualificatiën
aan geeft, wanneer hij dat doet, dan is het alleen, omdat
bij hem en naar zijne rigting en zijn standpunt, Christen-
dom en leerbegrip te veel en te eenzijdig een en hetzelfde
denkbeeld is. Christendom en leerbegrip is bij hem iden-
tiek; bij hem beslaat leerbegrip, de intellectuële bevatting
der Christelijke waarheid, te veel plaats in het denkbeeld
van Christendom. Er komt eene aanzienlijke, gewigtige
plaats aan toe, maar het Christendom moet naar mijne
overtuiging niet door het leerbegrip worden geabsorbeerd
en niet daarin opgaan. Bij hem is het Christendom te veel
en te eenzijdig geconcentreerd in het leerbegrip. Bij mij is
het Christendom niet principaal de zaak van het bevattende
verstand, maar de zaak principaal van het geweten; en
nu beweren wij , dat er bij eene Christelijk gevormde natie,
gelijk de onze, eene som, een gemeenschappelijke schat
ligt van min of meer intellectueel ontwikkelde Christelijke
consciëntie, van Christelijk geweten, waarvan het bewust-
zijn in alle harten leeft, ook bij groot verschil in intel-
lectuële opvatting of in leerbegrip; van een Christelijk
geweten, dat gekwetst wordt in zijn teederste gevoel,
wanneer zijn bestaan wordt geloochend. Dit gebied des