Boekgegevens
Titel: Kijkjes in de Oost: een leesboek voor de volksschool
Deel: 1 Java
Auteur: Heijde, H.C. van der; Veth, P.J.
Uitgave: Groningen: P. Noordhoff, 1891
4e herziene dr; 1e dr.: 1875
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 1241 : 4e dr. (dl. 1)
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204501
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kijkjes in de Oost: een leesboek voor de volksschool
Vorige scan Volgende scanScanned page
88
zich vergasten op het bloed van Europeanen, vooral van hen,
die pas in Indië zijn gekomen.
Millioenen termieten of witte mieren zwerven in het bosch
langs den grond. Zij hebben zich tot taak gesteld al, wat hout
is, te vernietigen; alleen de hardste soorten of die, welke een
sterken geur verspreiden, laten zij onaangeroerd. En die lief-
hebberij oefenen zij niet alleen uit op onbewerkt hout, zij drin-
gen ook in woningen, in schepen, en vernielen in korten tijd
de hechtste timmerwerken. Uiterlijk bespeurt men daar weinig
van, want zij graven gewelfde gangen, met een modderachtige
stof gevuld, onder de 'oppervlakte van het hout; doch een en-
kele stoot is dan voldoende, om het tooneel harer verwoestin-
gen geheel ineen te doen storten. Slechts bij een nauwkeuri-
ger beschouwing ziet men die gangen soms aan een kleine
verhooging van de houtvlakte.
Nog trekken onze aandacht de menigte groote spinnen, die
in het bosch gevonden worden. Er zijn er bij, zoo groot, dat
zij zelfs kleine vogeltjes tot haar buit kiezen; voor den mensch
zijn zij echter niet gevaarlijk. Dat is wel het geval met een
nog grootere soort van dieren, insgelijks tot de klasse der
spinnen behoorende , de schorpioefien, leelijke, langwerpige bees-
ten, die met den staart steken; de toegebrachte wond zwelt
op en veroorzaakt veel pijn. Eveneens onaangenaam is de ken-
nismaking met een diertje, welks aanwezigheid eerst wordt be-
speurd , als het te laat is: een op het land levende bloedzuiger,
die zich onverhoeds op uw lichaam hecht en dan dadelijk,
zonder dat een geneeskundige het hem heeft opgedragen, zijn
taak begint. Groot ongerief hebben somtijds de inlanders daar-
van, omdat zij meest blootsvoets gaan en door weinig kleede-
ren zijn bedekt. Ook paarden worden door de bloedzuigers
aangerand, en niet zelden ziet men deze dieren met bloedstre-
pen als bezaaid, ten bewijze dat zij een aanval hebben moeten
verduren. De duizendpooten verdienen ook al niet den naam
van lieve diertjes: zij hebben scherpe kaken, waarvan de beet
een ontsteking veroorzaakt, niet zelden van koorts vergezeld.
Gelukkig bijt hij, en steekt ook de schorpioen slechts, als hij
wordt gehinderd.
Na dezen vluchtigen blik op het woud en eenige van zijn