Boekgegevens
Titel: Kijkjes in de Oost: een leesboek voor de volksschool
Deel: 1 Java
Auteur: Heijde, H.C. van der; Veth, P.J.
Uitgave: Groningen: P. Noordhoff, 1891
4e herziene dr; 1e dr.: 1875
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 1241 : 4e dr. (dl. 1)
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204501
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kijkjes in de Oost: een leesboek voor de volksschool
Vorige scan Volgende scanScanned page
8o
Ook in droge, boschachtige streken wordt rijst geteeld, maar
deze geeft dan veel geringer beschot en is ook niet zoo goed.
De boomen worden dan zoowat uitgeroeid of bij den grond af-
gekapt, en men steekt met een stok gaatjes, waarin eenige
korrels worden gelegd. Zulk een rijstveld heet een gaga, of,
wanneer er meer zorg aan is besteed, een tegal. Daarbij wordt
het veld doorploegd, gezuiverd en geëgd.
De rijstvelden zijn veelal geen bijzonder eigendom, maar het
gemeenschappelijk bezit van de gansche bevolking van een dessa
of dorp. Ieder jaar worden in een vergadering van deelge-
rechtigden de gronden verdeeld, en ieder houdt zich dan bezig
met het stuk, dat hem is toegewezen. In vele residentiën even-
wel bestaat particulier grondbezit, ongeveer zooals bij ons.
Veel gereedschap hebben de Javanen voor hun rijstbouw
niet noodig. Hun patjol is de helft kleiner dan onze spade, en
dient om den grond los te slaan; het blad maakt met de steel
een hoek van 60". De ploegen zijn vrij lomp en bestaan
slechts uit een brok hout met een puntig stuk ijzer er aan.
Zij worden door een of twee buffels door den drassigen akker
getrokken. De grond wordt gelijk gemaakt met een soort van
egge, slechts van één rij houten tanden voorzien.
Laat ons nu eens zien, wat er verder gebeurt met de paddi
(rijst in den halm), nadat zij is afgesneden en in bosjes gebonden.
Des avonds draagt ieder, hetgeen hij of zij dien dag heeft
ingezameld, naar huis. Bij elke hut staat een groote bak,
waarin de oogst wordt nedergelegd. Alle dagen wordt door
de vrouwen zooveel gestampt, als men voor gebruik noodig heeft,
en alleen dan, als er wat geld noodig is om de landrente —
een soort van belasting, waarover wij later zullen spreken — te
betalen, of om het een of ander te koopen, ontbolstert men
wat meer, om het naar de markt te brengen. Dat stampen
geschiedt in een uitgehold blok, door middel van een dikken
stok.
Eer wij van den rijstbouw afstappen, moeten wij nog met
een enkel woord spreken over den metgezel van den Javaan bij
zijn veldwerk, den buffel of karbau, ook wel „wateros" genoemd.
Hij is iets grooter dan ons rund, gewoonlijk donker leikleurig,
somtijds licht vleeschkleurig, zelden wit. De haren zijn zoo