Boekgegevens
Titel: Kijkjes in de Oost: een leesboek voor de volksschool
Deel: 1 Java
Auteur: Heijde, H.C. van der; Veth, P.J.
Uitgave: Groningen: P. Noordhoff, 1891
4e herziene dr; 1e dr.: 1875
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 1241 : 4e dr. (dl. 1)
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204501
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kijkjes in de Oost: een leesboek voor de volksschool
Vorige scan Volgende scanScanned page
79 >
noemd. Het zaaien geschiedt in het begin van den regentijd,
die ten Zuiden van den evenaar, dus ook op Java, omstreeks
October invalt. Op kleine bedden worden met den vinger in
den slijkerigen bodem gaatjes gemaakt, waarin geheele aren
worden neergelegd. Als de plantjes een hoogte van vier of
vijf decimeters hebben bereikt, worden zij op de velden over-
gebracht, welke arbeid veel handen vereischt, en zoowel door
vrouwen als door mannen wordt verricht.
Het best gedijt de rijst op glooiende terreinen, in de nabij-
heid der bergstreken, waar tallooze riviertjes den bodem be-
sproeien en het water overvloedig voorhanden is. Dan wordt
het veld in akkertjes afgedeeld, elk omgeven door een dijkje,
orn het water tegen te houden. Maar ook op de hellingen der
bergen vindt men veel rijstvelden. Het water, dat bij felle re-
gens naar beneden stroomt, wordt daar in zijn loop belemmerd
door aarden of steenen dijkjes, van afstand tot afstand , evenals
de treden van een reuzentrap, tegen den bergwand geplaatst.
Omstreeks half Juni wordt het gewas rijp. Eenigen tijd
vroeger heeft men het water door insnijdingen in de dijkjes la-
ten wegvloeien, en nu geschiedt de inzameling algemeen op
dezelfde wijze, die wij thans aanschouwen.
De lange stengels, die op het veld zijn overgebleven, worden
somtijds verbrand, maar meestal ondergespit of geploegd. An-
dere bemesting wordt onnoodig geoordeeld, dewijl met het ne-
derstroomende water zooveel verrotte plantenstoffen naar bene-
den vloeien, dat de bodem zijn groeikracht behoudt; daarenbo-
ven wordt door den rijstbouw de grond niet spoedig uitgeput.
De ploeg gaat jaar in jaar uit bijna door dezelfde dunne aard-
laag; de Javaansche ploeg is dan ook niet geschikt om dieper
te werken. Proeven genomen met den Amerikaanschen ploeg
en een betere bemesting, leverden verdrievoudiging van den
gewonen oogst op.
Is nu, gelijk op de berghellingen, steeds veel water aanwe-
zig, dan kan na den oogst terstond opnieuw gezaaid worden.
Winterkoude toch kent men daar niet, 't is altijd nagenoeg even
warm, en de eenige wisseling van jaargetijden is de overgang
van regen tot droog weer, en omgekeerd. Maar meestal heeft
men slechts één oogst per jaar.