Boekgegevens
Titel: Kijkjes in de Oost: een leesboek voor de volksschool
Deel: 1 Java
Auteur: Heijde, H.C. van der; Veth, P.J.
Uitgave: Groningen: P. Noordhoff, 1891
4e herziene dr; 1e dr.: 1875
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 1241 : 4e dr. (dl. 1)
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204501
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kijkjes in de Oost: een leesboek voor de volksschool
Vorige scan Volgende scanScanned page
77
moet worden, staat dan op stapelblokken, terwijl het verder,
ten einde niet om te vallen, gestut wordt.
Beide inrichtingen kan men ook in onze voornaamste haven-
plaatsen zien; Amsterdam, Rotterdam en Vlissingen hebben drij-
vende, den Helder heeft twee vaste droogdokken.
Van alle kanten hooren wij hamerslagen, en in lange rijen
scharen zich hier loodsen en werkplaatsen, deels aan het gou-
vernement, deels aan bijzondere personen toebehoorende. Zoo
hebben we hier een fabriek van stoomketels, waar negenhon-
derd, verderop een van machinerieën voor de suikerfabrieken,
waar vijfhonderd werklieden bezig zijn. En, wat wij vooral
niet zouden verwacht hebben, bijna allen, zelfs de opzichters,
zijn Javanen. Van nature heeft de inlander een afkeer van fa-
briekarbeid, maar, als men er eenmaal in geslaagd is dien
tegenzin te overwinnen, dan bevalt het werk hem wel. Ofschoon hij
in het algemeen niet zooveel doet als een Europeaan onder
dezelfde omstandigheden, laat zijn bekwaamheid weinig te wen-
schen over; er zijn er ook, die een hoog daggeld verdienen.
Voor zijn gezondheid is het werk in de fabriek niet nadeelig ;
wij treffen werklieden aan, die vijftig jaar dienst gedaan hebben.
Diezelfde lieden, die als koelies een kommervol leven leidden,
zijn nu tot zekeren staat van welvaart geraakt, en zouden
niet gaarne tot hun vroegeren toestand terugkeeren. De werk-
tijd duurt gewoonlijk 's morgens van zes tot elf uur, en 's na-
middags van half een tot half vijf
De gelijknamige residentie, waarvan Soerabaja de hoofdstad
is, biedt, vooral in het zuidelijk deel, waar de grond berg-
achtig is en door vele rivieren wordt besproeid, vruchtbaar
bouwland aan, waarvan op uitnemende wijze partij wordt ge-
trokken.
Daar het ons nu in de stad heel goed bevalt, en wij er wel
eenige dagen willen vertoeven, zullen wij voorloopig hier ons
hoofdkwartier vestigen, om nu en dan kleine uitstapjes naar
buiten te doen. Wij zullen dan gelegenheid hebben, om op
ons gemak kennis te maken met den landbouw op Java; 't wordt
toch tijd, dat wij te weten komen, wat er zoo al wordt geteeld,
en hoe dat in zijn werk gaat.
Dewijl, gelijk wij reeds hebben gezegd, de rijst het voor-