Boekgegevens
Titel: Kijkjes in de Oost: een leesboek voor de volksschool
Deel: 1 Java
Auteur: Heijde, H.C. van der; Veth, P.J.
Uitgave: Groningen: P. Noordhoff, 1891
4e herziene dr; 1e dr.: 1875
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 1241 : 4e dr. (dl. 1)
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204501
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kijkjes in de Oost: een leesboek voor de volksschool
Vorige scan Volgende scanScanned page
72
koekje, rolt dat alles in een sirie-blad en steekt het tusschen
de lippen. Vervolgens neemt hij nog een pruimpje tabak als
toevoegsel. Hij kauwt er eenige oogenblikken op, en nu zien
wij, dat hem door een oude vrouw een spuwbakje wordt toe-
gereikt , bestemd voor zijn speeksel, dat ten gevolge van dit
kauwen roodachtig ziet.
Dat is nu het zoogenaamde betelkauwen, dat overal in In-
dië , bij alle standen, en bij vrouwen evengoed als bij mannen,
in gebruik is. Als de eene inboorling den anderen bezoekt, is
het eerste, wat hem wordt aangeboden, de sirie-doos. Door dat
betelkauwen worden de tanden zwart, en als ik er nu nog bij
vertel, dat bij de meisjes de tanden gewoonlijk worden afge-
vijld, omdat de Javanen een afkeer hebben van groote witte
tanden, die zij als een kenmerk van de tijgers beschouwen,
dan zult gij wel willen gelooven, dat het gebit eener Javaansche
vrouw, naar onzen smaak ten minste, er niet heel bekoorlijk
uitziet.
Na een korten tijd hier vertoefd te hebben, staat de keizer
op. Onder het zonnescherm, dat boven zijn hoofd wordt ge-
dragen, stapt hij langzaam naar beneden, naar een andere zaal,
aan denzelfden kant van het voorplein gelegen. De aanwezigen
volgen hem in geregelde orde, en allen nemen weder plaats
overeenkomstig hun rang.
De keizer maakt weinig drukte; hij zit onbeweeglijk als een
beeld, totdat een bode naar hem toe kruipt en op fluisterenden
toon mededeelt, dat de geschenken, voor het volk bestemd,
gereed zijn. Op een bijna onmerkbaar hoofdknikken van den
vorst begint de uitdeeling dier geschenken; zij bestaan uit ont-
zaglijke hoeveelheden spijzen en lekkernijen, in versierde man-
den, die door twaalf koelies worden gedragen. Een gezelschap
muzikanten, die een fiksch gebruik maken van hun blaasinstru-
menten, wandelt voorop. Een luid gejuich gaat op onder de
menigte op het voorplein, ten bewijze, dat de uitdeeling be-
gonnen is.
Inmiddels wordt aan de gasten binnen de zaal naar verkiezing
wijn of thee rondgedeeld. Zooals gij weet, mogen de Moham-
medanen eigenlijk geen wijn of andere geestrijke dranken ge-
bruiken , maar in Indië doet men dikwijls net of dit voorschrift