Boekgegevens
Titel: Kijkjes in de Oost: een leesboek voor de volksschool
Deel: 1 Java
Auteur: Heijde, H.C. van der; Veth, P.J.
Uitgave: Groningen: P. Noordhoff, 1891
4e herziene dr; 1e dr.: 1875
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 1241 : 4e dr. (dl. 1)
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204501
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kijkjes in de Oost: een leesboek voor de volksschool
Vorige scan Volgende scanScanned page
70
17. Vervolg. Soerakarta of Solo.
Op onze reis naar genoemde stad maken wij kennis met een
aldaar wonend landgenoot, die op onze vraag naar een logement,
ons mededeelt, dat Soerakarta zich eerst sedert een twintigtal
jaren in het bezit van zulk een inrichting mag verheugen; hij
voegt er terstond bij, dat wij, zoo we onzen intrek bij hem willen
nemen, hem genoegen zullen doen. Het spreekt wel vanzelf,
dat wij zijn vriendelijk aanbod dankbaar aannemen. Dergelijke
gulle gastvrijheid is in Indië volstrekt niet vreemd; fatsoenlijke
reizigers zijn overal welkom, en elk beijvert zich om hun alle
gemakken aan te bieden, om hun alles te laten zien, wat de
beschouwing waard is.
Onze gastheer verhaalt ons, dat wij, na den kraton van Djokjo
gezien te hebben, aan dien van Soerakarta weinig nieuws meer
zullen opmerken, daar hij, wat de inrichting aangaat, in zeer
veel opzichten met den eerste overeenkomt; maar dat wij het
thans bijzonder goed treffen, aangezien de keizer morgen een
groot feest geeft, en wij dan, onder geleide van onzen vriend,
van de plechtigheid getuigen kunnen zijn.
Inderdaad, reeds vroeg in den volgenden ochtend zijn alle
wegen, die naar de hofstad voeren, bedekt met rijtuigen, paar-
den en voetgangers. Het zijn de inlandsche hoofden, die met
hun volgelingen naar den kraton trekken, om den soesoehoe-
nan hulde te bewijzen. De Europeanen komen bijeen in de
woning van den resident, waar genoemde ambtenaar door een
bode wordt uitgenoodigd tot een bezoek in den kraton. Een
half uur later, 't is nu bijna middag, gaat de resident aan het
hoofd van alle aanwezigen er heen. Wij volgen den stoet.
Wij stappen het groote voorplein over, waar een talrijke me-
nigte verzameld is. Tusschen een dubbele rij inlandsche solda-
ten door gaan wij verder en komen aan den heuvel, waarop
de groote receptiezaal staat. De keizer komt den resident tot
beneden aan de trap te gemoet; beiden gaan de zaal binnen en
nemen plaats, terwijl al de overigen zich scharen op de plek,
die voor hen is bestemd.