Boekgegevens
Titel: Kijkjes in de Oost: een leesboek voor de volksschool
Deel: 1 Java
Auteur: Heijde, H.C. van der; Veth, P.J.
Uitgave: Groningen: P. Noordhoff, 1891
4e herziene dr; 1e dr.: 1875
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 1241 : 4e dr. (dl. 1)
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204501
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kijkjes in de Oost: een leesboek voor de volksschool
Vorige scan Volgende scanScanned page
69
het licht vrijen toegang verleent. Men zal het ons gemakkelijk
maken: aan den ingang staan Javanen gereed, die ons op hun
rug langs de gladde trappen naar beneden zullen dragen. We
hopen maar, dat die heeren stevig op de beenen staan, anders
mochten wij eens een niet zeer aangename buiteling maken, en
in aanraking komen met de groote hagedissen, die hier op hun
gemak langs den slijkerigen bodem kruipen. De Javanen, die
ons dragen, geven er minder om, of -zij al met hun bloote voeten
op zoo'n dier trappen, evenmin als zij zich bekommeren om
de groote vledermuizen, die hun en ons om de ooren snorren.
Ha, daar zijn wij gelukkig in het kasteel, en kunnen ons ver-
lustigen in de aanschouwing van een aantal vervallen kamers,
die te midden van hun treurigen staat nog sporen van voor-
maligen luister vertoonen. Hier zien wij bijvoorbeeld fraai hout-
snijwerk, ginds beeldhouwwerk, elders weer verguldsel aan
balken en ramen. Uit een der vensters ontdekken wij verwaar-
loosde tempeltjes, waterbakken, fonteinen, en aan het westeinde
een toren, die het Doolhof heet, vanwaar men den ganschen
kraton, met al zijn pleinen, poorten, straten en boomgroepen
kan overzien. De geheele ruimte buiten het bezochte gedeelte
wordt ingenomen door huizen en huisjes , waarbinnen een nijvere
bevolking woont. Allerlei handwerken worden er uitgeoefend,
echter niet, gelijk bij ons en in die streken, welke onder Ne-
derlandsch bestuur staan, zoo, dat elk werkman vrij kan be-
schikken over de vruchten van zijn arbeid. De werklieden in
den kraton zijn geheel in dienst van den sultan; zij werken
voor hem en worden door hem gevoed. Ook zijn zij niet vrij
in de keuze van een beroep; de zoon oefent hetzelfde bedrijf
uit als zijn vader, en zoo gaat het van geslacht tot geslacht.
Nadat wij het waterkasteel verlaten hebben op dezelfde wijze,
als wij er in zijn gekomen, gaan wij verder naar het Zuider-
plein. Als we dat overgegaan zijn, opent men ons een poort,
en de kraton van Djokjo ligt achter ons.
We willen nu meteen de stad verlaten ook. We gaan naar
het station van den spoorweg en nemen plaats tot Soerakarta,
om op de terugreis ook die stad, die wij op de heenreis voorbij
zijn gestoomd, te bezoeken.