Boekgegevens
Titel: Kijkjes in de Oost: een leesboek voor de volksschool
Deel: 1 Java
Auteur: Heijde, H.C. van der; Veth, P.J.
Uitgave: Groningen: P. Noordhoff, 1891
4e herziene dr; 1e dr.: 1875
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 1241 : 4e dr. (dl. 1)
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204501
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kijkjes in de Oost: een leesboek voor de volksschool
Vorige scan Volgende scanScanned page
68
iets verder in den kraton. Zijn taak is, als het uur verloopen
is, aan een paar groote schellen te trekken. Hij kan derhalve
beschouwd worden als een levende torenklok.
Onze weg voert ons nu naar een vierkanten heuvel, dien wij
langs een steenen trap van twaalf treden beklimmen. Daar bo-
ven staan eenige gebouwen, onder anderen een pendoppo (afdak,
aan alle zijden open en door pilaren ondersteund), alwaar bij
plechtige gelegenheden de sultan zich aan het volk vertoont.
Aan de andere zijde dalen wij den heuvel af en zien nu rechts
groote stallen voor rijtuigen en koetspaarden. De rijpaarden van
den sultan zijn weer ergens anders gestald, en wij moeten er-
kennen, dat menig machtig vorst den sultan van Djokjo zijn
dravers zou benijden, zulke prachtige dieren zijn er bij, van het
zuiverst Arabisch ras. Ook de talrijke rijtuigen zijn een kijkje
overwaard; niet alleen verbazen wij ons over het groot aantal,
maar ook over de wonderlijke, ouderwetsche vormen.
We gaan weder door een poort — kijk, daar staat de soldaat,
die als klok dienst doet, — en komen weder op een plein, dat
veel kleiner is dan het eerste. Nog een poort door, weder
een plein over, en we staan voor den ingang van het vorstelijk
verblijf Daar zien wij des sultans woning, het zoogenaamde
gele huis: groote eetzalen, receptiezalen enzoovoort. Aan de
eene zijde, verderop, zijn de verblijfplaatsen van de prinsen;
aan den anderen kant, in die witte huisjes, onder welig boom-
gewas verscholen, wonen de gemalinnen van den sultan, die,
even als alle aanzienlijke Mohammedanen, er een groot aantal
vrouwen op nahoudt.
Als de wandeling u nog niet heeft vermoeid, gaan we verder
naar het zuidwestelijk deel van den kraton, om het waterkasteel
te bezichtingen, dat wel tamelijk vervallen is, maar toch wel
een bezoek verdient. We staan voor een gVooten vijver. In
het midden is een eiland, door kunst gemaakt, waarop de bouw-
val zich verheft. Hoe komen wij daar nu? Er is brug noch
boot, en, ofschoon de vijver vol modder en erg begroeid is,
hebben we weinig lust om dien te doorwaden. O, alsjeblieft,
gaat maar onder den grond door: aan eiken kant is een tunnel.
Maar is het daarbinnen niet schrikkelijk donker? Neen, want
op eiken tunnel is een soort van torentje gebouwd, dat aan