Boekgegevens
Titel: Kijkjes in de Oost: een leesboek voor de volksschool
Deel: 1 Java
Auteur: Heijde, H.C. van der; Veth, P.J.
Uitgave: Groningen: P. Noordhoff, 1891
4e herziene dr; 1e dr.: 1875
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 1241 : 4e dr. (dl. 1)
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204501
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kijkjes in de Oost: een leesboek voor de volksschool
Vorige scan Volgende scanScanned page
64
drijven. Een eerste factorij, door de onzen in 1602 gesticht
te Grissee (in 't Noord-Oosten, nabij Soerabaja), werd door de
Javanen vernield, en eerst 12 jaar later kreeg de Compagnie
er vasten voet door het stichten van een loge te Djapara (in
't Noorden, hoofdplaats van de residentie van dien naam) en
zond zij een gezantschap naar den keizer. In 1618, toen Coen
Goeverneur-Generaal was, werd deze loge geplunderd en werden
de Nederlanders vermoord; Coen stelde in haar behoud veel
belang, omdat te Djapara groote hoeveelheden rijst uit de bin-
nenlanden werden aangevoerd. Hij ging er dus aan het hoofd
.van een expeditie heen en verbrandde de stad voor een groot
deel. De twisten met Engelschen en Bantammers, waarover
wij vroeger spraken, beletten hem in de eerste jaren krachtig
tegen Mataram te strijden, doch later, vooral gedurende zijn
tweede bewind, beoorloogde hij het met voordeel.
Eerst in 1677 kende de keizer ons het recht toe, in Dja-
para bezetting te leggen, en van toen af breidde zich de macht
der Compagnie in het Oosten van Java uit. De bijna onop-
houdelijke twisten tusschen de keizers en de heerschzuchtige
rijksgrooten of ontevreden leden hunner familiën kwamen ons
daarbij goed.te stade, en onze voorouders verzuimden niet daar
gebruik van te maken. Tegen het midden der achttiende eeuw
waren al de gewesten langs de Noordkust door ons bezet, zoo-
dat het grondgebied van Mataram toen beperkt was tot de
Zuidkust tusschen de Preanger en Pasoeroean en eenige binnen-
landsche districten. Soerakarta was toen de hoofdstad. Een
nieuwe oneenigheid gaf aanleiding tot de splitsing in twee rijk-
jes; de vorst van het eene behield den titel van keizer (soe-
soehoenan) , terwijl een andere prins zich te Djokjo vestigde en
door de Compagnie als sultan werd erkend. Met deze gebeur-
tenis, in 1757, hield dus het voorheen zoo uitgestrekte rijk
van Mataram op te bestaan.
In lateren tijd is de macht van genoemde vorsten nog gaan-
deweg verminderd. In 1808 dreigden er te Djokjo onlusten te
ontstaan; met een kleine legermacht trok Gouverneur-Generaal
Daendels er heen, en eischte van den sultan onderwerping
aan het Nederlandsch bestuur; hij gaf hem 24 uren bedenk-
tijd. De naam van Daendels was reeds voldoende, om den Ja-