Boekgegevens
Titel: Kijkjes in de Oost: een leesboek voor de volksschool
Deel: 1 Java
Auteur: Heijde, H.C. van der; Veth, P.J.
Uitgave: Groningen: P. Noordhoff, 1891
4e herziene dr; 1e dr.: 1875
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 1241 : 4e dr. (dl. 1)
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204501
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kijkjes in de Oost: een leesboek voor de volksschool
Vorige scan Volgende scanScanned page
62
Deze berg ligt in het Zuid-Oosten van de Preanger-regent-
schappen; de hoogste top verheft zich ruim vijfduizend voet,
ongeveer het derde gedeelte van de hoogte van den Slamat.
Nog altijd kookt en bruist het in de diepte; het heete slijk,
dat zich in het hart des bergs bevindt, is voortdurend in be-
weging, en zwaveldampen stijgen er aanhoudend omhoog. On-
der die schijnbaar rustige bergwanden werken nog immer ont-
zettende natuurkrachten.
Het was de 8ste October van het jaar 1822. Geen enkel
wolkje vertoonde zich aan den hemel; de zon, door de Maleiers
het „oog van den dag" genoemd, had de middaghoogte bereikt.
Onder den invloed der hitte was alles in het rond ingesluimerd;
de dieren hadden zich te slapen gelegd, en ook de menschen
hadden de oogen gesloten tot aan den tijd, dat de zonnestralen,
in meer schuine richting nedervallende, den arbeid opnieuw
zouden veroorloven. Een diepte stilte bedekte het heerlijk land-
schap aan den voet van den Galoenggoeng.
Een vreeselijke knal, een geluid, waarmee niets, dat ooit door
menschelijke ooren is vernomen, vergeleken kan worden, deed
zich op dit oogenblik hooren. De sluimerenden springen op,
slaan den blik omhoog, naar den berg. Ontzettend schouw-
spel ! Een rookkolom van ontzaglijke dikte rees uit den krater
omhoog, en verspreidde zich naar alle zijden; het uitspansel
werd er door bedekt, de zon verdween voor het oog, 't werd
nacht, donkere nacht. Nauwelijks hadden de verschrikte be-
woners het licht in duisternis zien veranderen, of daar vloeiden
met onweerstaanbaar geweld massa's kokend slijk over den
kraterrand. Allen vluchtten in verwarring, — vergeefs! de
stortvloed achterhaalde hen, steeg hooger en hooger, bedekte
steeds wijderen kring, rees zelfs hen achterna, die op de om-
liggende heuvelen het leven trachtten te redden. Gansche
wouden werden medegesleurd, van de bergen werden groote
steenklompen medegevoerd, tien mijlen in het rond was alles
bedekt met een blauwachtig grauwe slijkmassa. Het gerommel
van den donder overstemde de angstkreten der stervenden; in
weinige oogenblikken hadden meer dan vierduizend menschen
het leven verloren, waren 114 dorpen door den dampenden
poel verzwolgen.