Boekgegevens
Titel: Kijkjes in de Oost: een leesboek voor de volksschool
Deel: 1 Java
Auteur: Heijde, H.C. van der; Veth, P.J.
Uitgave: Groningen: P. Noordhoff, 1891
4e herziene dr; 1e dr.: 1875
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 1241 : 4e dr. (dl. 1)
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204501
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kijkjes in de Oost: een leesboek voor de volksschool
Vorige scan Volgende scanScanned page
58
laten, is de hooge wachttoren aan de zeezijde, niet zoozeer om
het gebouw zelf, als wel om het heerlijk uitzicht dat men boven
geniet. Vlak beneden ons de woelige stad met haar bonte be-
volking , iets verder de golvende bodem, bedekt met den onbe-
schrijfelijk weelderigen plantengroei der keerkringslanden, in
't verschiet het gebergte, tegen welks helling het woud opklimt
als een stroom van levend groen, — waarlijk, die aanblik is
wel geschikt, om den ongevoeligste in verrukking te brengen!
De Protestantsche kerk is een bevallig gebouw, in koepel-
vorm opgetrokken, van binnen achthoekig. Niet ver van daar
staat het bedehuis der Mohammedanen, de moskee. Zij ge-
lijkt wel drie boven elkander geplaatste vierkante gebouwen,
waarvan het onderste het grootst, het bovenste het kleinst is.
Een groote schare van kerkgangers zien wij er nooit binnen-
gaan, maar af en toe gedurende den geheelen dag treden er
inlanders in en uit. Voor den ingang is een put, waaraan zij,
alsvorens binnen te treden, de wasschingen verrichten, door hun
godsdienst voorgeschreven. Niet allen gaan binnen; velen blij-
ven buiten op stroomatjes knielen, om daar halfluid eenig ge-
deelte uit hun gewijde schriften op te dreunen. Terwijl wij ons
gereed maken een kijkje te nemen in het inwendige der ge-
bouwen , wijst iemand naar onze voeten; wij herinneren ons nu ,
dat ieder, die een Mohammedaanschen tempel binnengaat, zich
van zijn schoenen moet ontdoen, ten teeken van eerbied.
Behalve de bezochte, bezit Samarang nog onderscheiden pu-
blieke gebouwen, onder anderen twee goed ingerichte weeshui-
zen. Wij gaan die echter niet zien, want het wordt tijd, dat
wij ons logement opzoeken, om morgen tijdig de reis te kunnen
voortzetten.