Boekgegevens
Titel: Kijkjes in de Oost: een leesboek voor de volksschool
Deel: 1 Java
Auteur: Heijde, H.C. van der; Veth, P.J.
Uitgave: Groningen: P. Noordhoff, 1891
4e herziene dr; 1e dr.: 1875
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 1241 : 4e dr. (dl. 1)
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204501
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kijkjes in de Oost: een leesboek voor de volksschool
Vorige scan Volgende scanScanned page
57
wij op beide oevers niet veel meer dan eenige schamele huis-
jes , door inboorlingen of arme Chineezen bewoond; verderop
wordt de aanblik levendiger en weldra bespeuren wij aan de
drukte, dat wij een belangrijke handelsstad betreden. In dit
opzicht is Samarang in den laatsten tijd vooruitgegaan, sedert
die stad het uitgangspunt van een spoorweg en van een stoom-
tramweg werd; nu toch kunnen de voortbrengselen des lands
met veel minder moeite en kosten worden aangevoerd dan voor-
heen. Zoo is Samarang de stapelplaats geworden van geheel
Midden-Java.
Langs den oever der zee is de grond zandig, en met een
fraaie rij kokospalmen beplant. Ook aan de landzijde der stad
is zeer veel boomgewas; vooral bewonderen wij daar een prach-
tige laan van tamarindeboomen, langs welke de woningen der
Europeanen zich scharen. Want even als te Batavia, wonen
deze niet in de enge straten der oude stad, maar hebben zij
zich meest gevestigd in luchtige voorsteden.
De oude stad is dan ook niet heel frisch; de huizen staan
er dicht bijeen en strekken ten verblijf aan een talrijke bevol-
king. Dewijl de rivier smal en ondiep is, kan zij in den regen-
tijd het water, dat van de bergen afvloeit, niet verzwelgen,
hetgeen talrijke overstroomingen teweegbrengt. De gansche
omtrek is dan voor een geruimen tijd in een moeras herschapen ,
welks uitwasemingen bij de felle hitte ook al niet strekken om
de lucht zuiverder te maken. De uitvoering der pas vermel-
de havenplannen zou ook in dit opzicht veel verbetering aan-
brengen.
Bij een wandeling door de stad valt ons in het oog, dat
hier meer fabrieken zijn dan wij te Batavia aantroffen; het zijn
.meest looierijen en katoenfabrieken, die grootendeels met Chi-
neesche arbeiders werken. De zonen van het Hemelsche rijk
zijn hier talrijk vertegenwoordigd; hun opperhoofd, de majoor-
chinees, is een schatrijk man, die met de opium-pacht millioenen
heeft gewonnen. Zijn huis en tuin behooren tot de merkwaar-
digheden van Samarang, en worden door alle vreemdelingen
bezocht, als ZEd. ten minste thuis is en geen reden tot wei-
gering heeft.
Een andere merkwaardigheid, die wij niet onbezocht mogen