Boekgegevens
Titel: Kijkjes in de Oost: een leesboek voor de volksschool
Deel: 1 Java
Auteur: Heijde, H.C. van der; Veth, P.J.
Uitgave: Groningen: P. Noordhoff, 1891
4e herziene dr; 1e dr.: 1875
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 1241 : 4e dr. (dl. 1)
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204501
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kijkjes in de Oost: een leesboek voor de volksschool
Vorige scan Volgende scanScanned page
56
tusschen de verschillende plaatsen van Indië onderhouden. Aller-
eerst wenschen wij ons te begeven naar Samarang, de hoofdstad
van de residentie van dien naam, en een der voornaamste han-
delssteden van Java. Dat reisje duurt gemiddeld dertig uren.
Spoedig zijn we weer te Tandjong-Priok, waar de boot aan ]
den steiger ligt. Nog weinige oogenblikken, en de krachtige
schroef doorploegt de heldere, kalme wateren van de Java-Zee.
't Is prachtig weer; er waait een zachte koelte uit het Oos-
ten. Wij blijven dicht genoeg bij de kust, om de verschillende
tafereelen, die zij aanbiedt, nauwkeurig te beschouwen.
De Noordkust van Java is over 't algemeen laag en moeras-
sig. In de' verte rust het oog op ontelbare bergkruinen, de
toppen van het gebergte, dat het gansche eiland van het Oosten
naar het Westen doorsnijdt. Sommige bergen zijn zoo hoog,
dat de wolken hun toppen onzichtbaar maken. Nu en dan
schiet een zijtak van het gebergte noordwaarts, en loopt dan in
zee uit. Anders wordt de vlakte door niets afgebroken; hier
en daar ziet men een riviertje, van de bergen afgedaald, zijn
wateren met moeite door het slijk naar de zee stuwen.
Ook Samarang, de plaats van onze bestemming, ligt aan de
monding van zulk een rivier. De boot vaart haar niet binnen,
maar blijft het loopende en daaraanvolgende etmaal pp de reede
liggen, gedurende welken tijd de brievenpaketten worden ver-
wisseld.
De reede van Samarang is in den West-moeson dikwijls zeer
gevaarlijk; dan waait er van de kust een blauwe vlag, ten tee-
ken, dat er geen passagiers of goederen ontscheept kunnen wor-
den. Deze moeten dan mee naar Soerabaja, vanwaar men per
spoor Samarang kan bereiken; anders wordt op de terugreis
beproefd, of het beter zal gaan. Er is weieens sprake geweest
van den aanleg eener haven, waardoor de toestand geheel zou
verbeterd worden, doch tot dusver bestaat er op vervulling van
dien wensch weinig kans.
Wij gaan met de brievenzakken mee stadwaarts. De aan-
komst is in vele opzichten gelijk aan die te Batavia, toen men
daar voorheen, bij gebrek aan een haven, op de reede moest an-
keren. Ook hier worden thans gemetselde kaden gemaakt, om de
monding der rivier meer bevaarbaar te houden. In het eerst zien