Boekgegevens
Titel: Kijkjes in de Oost: een leesboek voor de volksschool
Deel: 1 Java
Auteur: Heijde, H.C. van der; Veth, P.J.
Uitgave: Groningen: P. Noordhoff, 1891
4e herziene dr; 1e dr.: 1875
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 1241 : 4e dr. (dl. 1)
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204501
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kijkjes in de Oost: een leesboek voor de volksschool
Vorige scan Volgende scanScanned page
52
de schatkamer van den Indischen planten voorraad. Behalve de-
zen tuin vindt men in het Buitenzorgsche nog 5 bergtuinen op
een hoogte van 1290 tot 3000 meters, waar gewassen uit kou-
dere luchtstreken worden gekweekt.
Het schoon aangelegd en met zorg onderhouden kerkhof is
bezienswaardig; hier vindt men de graftombe van den dapperen
generaal De Brabant.
Van Buitenzorg zouden wij, steeds zuidwaarts gaande, een
uitstapje kunnen maken in de Preanger-regentschappen. We
stellen ons voor, dit gedeelte van Java later te bezoeken, en
willen eerst naar Batavia terugkeeren, om vandaar per stoomboot
ons te begeven naar de voornaamste steden aan de Noordkust.
Op den terugweg hebben we nog wel wat te bepraten.
13. De wijze, waarop Java bestuurd wordt.
Van de vorsten, die in vroeger tijden over verschillende dee-
len van Java hebben geheerscht, zijn er slechts twee, die nog
een schijn van macht hebben overgehouden. Het zijn de Soe-
soehoenan (keizer) van Soerakarta en de Sultan van Djokjokarta,
beide ongeveer in het midden des eilands. Om genoemde ge-
westen te onderscheiden van het overige Java, dat rechtstreeks
onder Nederlandsche heerschappij staat, noemt men ze de Vor-
stenlanden.
Ofschoon die beide vorsten omringd zijn van een ganschen
stoet hovelingen en dienaren, hun verblijf houden in uitgestrekte
Kratons (wat dat zijn, zullen we later zien, als wij de Vorsten-
landen bezoeken), en met al de uiterlijke teekenen der opper-
macht pronken, is hun heerschappij toch allesbehalve onbeperkt.
Niet alleen zijn zij door verdragen ten nauwste aan het Neder-
landsch gezag verbonden, maar zelfs in sommige takken van
het bestuur, zooals het rechtswezen, geheel aan het gouverne-
ment ondergeschikt. Eigenlijk zijn zij slechts leenmannen van
den Nederlandschen Staat. De residenten, de hoofdambtenaars,
die hun zijn toegevoegd, zijn de vertegenwoordigers van ons