Boekgegevens
Titel: Kijkjes in de Oost: een leesboek voor de volksschool
Deel: 1 Java
Auteur: Heijde, H.C. van der; Veth, P.J.
Uitgave: Groningen: P. Noordhoff, 1891
4e herziene dr; 1e dr.: 1875
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 1241 : 4e dr. (dl. 1)
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204501
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kijkjes in de Oost: een leesboek voor de volksschool
Vorige scan Volgende scanScanned page
47
nementswege verstrekt. Van afstand tot afstand treft men
poststations aan, vi'aar van paarden en personeel gewisseld
wordt.
Lustig gaat nu de reis voort met het vier- of zesspan, dat
door den Javaanschen voerman vliegensvlug met zijn lange zweep
wordt bestuurd. Al wat ons op den weg tegenkomt maakt
ruim baan. Kan onze voerman onder het voorbijrijden een kip
doodslaan, dan zal hij die schoone gelegenheid niet ongebruikt
laten. Loopt de weg steil naar omlaag, dan worden de wielen
met kettingen geremd, doch de gang wordt maar weinig ver-
traagd; wij moeten ons maar gewennen aan geen gebroken
armen of ribben te denken, en onbepaald op den kocsir ver-
trouwen. Gaat de weg tegen de berghelling op, dan springen
de loopers van de achterbank, en zetten door schreeuwen en sla-
gen de paarden aan, tot zij weer in den gewonen draf zijn; soms
ook trekken twee of meer spannen buffels het rijtuig de hoogte op.
Daar komen wij aan een rivier; wat zonderlinge brug, — moe-
ten we daarover? Zeer zeker, en wel onveranderlijk in den-
zelfden vluggen gang. De geheele brug bestaat uit bamboe-
latten met een vlechtwerk van rotan; zij rust op houten palen.
De toestel zwiept, terwijl wij er over vliegen, toch bereiken
wij ongedeerd de overzijde.
En zoo gaat het voort, tot wij na zes palen te hebben afge-
legd bij het volgende station zijn aangekomen. Als wij nu on-
gelukkig zijn, dan is het eenige span paarden, hier aanwezig,
pas in gebruik geweest, en moeten wij een uur of wat wachten ,
totdat de beesten uitgerust zijn. Heel gezellig is dat wachten
niet, want gewoonlijk bestaat zoo'n station slechts uit een dak
op palen, over de breedte van den weg opgeslagen, een zoo-
genaamde postloods.
Wanneer de nacht invalt, zoeken wij een onderkomen in een
gouvernementslogement: dat is een eenvoudige inrichting, waar
de reizigers tegen vastgestelde betaling voeding en nachtverblijf
kunnen vinden, terwijl de logementhouder, om te kunnen be-
staan , nog van de regeering eenige toelaag geniet. Of wel,
wij begeven ons in een zoogenaamde passangrahan, een soort
van herberg geheel van regeeringswege aangelegd en voorzien,
en in 't bijzonder voor doorreizende ambtenaren opgericht. Wie