Boekgegevens
Titel: Kijkjes in de Oost: een leesboek voor de volksschool
Deel: 1 Java
Auteur: Heijde, H.C. van der; Veth, P.J.
Uitgave: Groningen: P. Noordhoff, 1891
4e herziene dr; 1e dr.: 1875
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 1241 : 4e dr. (dl. 1)
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204501
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kijkjes in de Oost: een leesboek voor de volksschool
Vorige scan Volgende scanScanned page
41
Zich slingeren over d'Oceaan,
En met hun bosch- en kruidwaranden,
In 't bochtig kronklen van hun stranden,
De zee een krans om 't voorhoofd slaan; —
o Land der zonne, land der kleuren!
Waar 't vuur, dat van den hemel speelt,
In de aarde een dubbele groeikracht teelt;
Of, als de nachtwind 't hoofd gaat beuren,
Elk luchtjen is bevracht met geuren,
Dat de afgekoelde slapen streelt!
Bij het lezen dier schoone dichtregelen gevoelen, wij eenige
neiging, om het volk te benijden, dat het heerlijk land, wa;araan
zij zijn gewijd, zijn vaderland mag noemen.
Inderdaad, het eiland Java is de schoonste parel aan de kroon
van Nederland. Daarom, en ook, omdat het geheel aan ons
gezag is onderworpen, hetgeen met de overige groote Soenda-
eilanden niet het geval is, staat het in onze schatting bovenaan,
en houden wij er ons het eerst mede bezig. We willen thans de
bewoners eens meer van nabij bezien, dan we tot hiertoe heb-
ben gedaan. Zij verdienen, als onderdanen van onze Koningin,
onze belangstelling ten volle; daarenboven kunt gij u verzekerd
houden, dat zij, bij nadere kennismaking, niet zullen tegenvallen.
We beginnen met een groote schrede achterwaarts te doen in
de geschiedenis, een schrede van achttien eeuwen en meer. Wij
vinden alsdan op het eiland Java twee volksstammen, die, of-
schoon eenigszins verschillend, in vele opzichten nauw verwant
waren: namelijk de Soendaneezen, die het westelijk, en de Ja-
vanen, die het oostelijk deel des eilands bewoonden. Zij wa-
ren zeer ruw en onbeschaafd, denkelijk naakte menscheneters,
zonder eenig begrip van landbouw, zonder eenigen godsdienst
dan misschien een soort van geestenvereering.
Later kwamen zich op Java volkplantingen vestigen, afkom-
stig van het Indische vastland: Hindoes, die op een veel hoo-
geren trap van beschaving stonden. De komst dier menschen
was voor de oorspronkelijke bewoners een zegen, want nu wer-
') B. ter Haak, De Si. Paiilusrots.