Boekgegevens
Titel: Kijkjes in de Oost: een leesboek voor de volksschool
Deel: 1 Java
Auteur: Heijde, H.C. van der; Veth, P.J.
Uitgave: Groningen: P. Noordhoff, 1891
4e herziene dr; 1e dr.: 1875
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 1241 : 4e dr. (dl. 1)
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204501
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kijkjes in de Oost: een leesboek voor de volksschool
Vorige scan Volgende scanScanned page
29
bamboezen krukjes gezeten, die uit bijzonder kleine kopjes hun
kokend heete, geurige thee of koffie slurpen en er een gebakje
bij gebruiken. Verderop klinkt ons muziek tegen, op fluiten
en snaarinstrumenten, op pauken en gongs (een soort van me-
talen bekkens): het is een eenigszins treurig, eentonig, maar
volstrekt niet onaangenaam geluid. Op de maat van die muziek
bewegen zich hier en daar paren Javaansche danseressen, tot
groot vermaak van de toeschouwers, die tegen betaling ook wel
eens een dansje meemaken.
Terwijl alles zoo door elkander krioelt, en de zonderlingste
mengeling van geluiden ons oor treft, de wonderbaarlijkste too-
neelen onze aandacht boeien, gaan we verder. We komen aan
een huis, iets grooter dan de overige: het is voor een groot ge-
deelte uit gespleten bamboe-stengels vervaardigd. Een menigte
gekleurde papieren lantaarns verspreiden een helder schijnsel over
reusachtige aanplakbiljetten, met Chineesche letters gedrukt. Wij
kunnen van die grillige lettervormen niets begrijpen, doch een
voorbijganger vertelt ons op onze vraag, dat het huis, 't welk
onze aandacht trekt, een amfioemkit is. Deze inlichting maakt
ons niet veel wijzer, zoodat wij besluiten er eens binnen te gaan.
Het vertrek, waar wij ons thans bevinden, ziet er vrij on-
oogelijk uit. De wanden zijn beplakt met afbeeldingen van
slangen, draken en groote bloemen; de grond is bedekt met
matten van smalle reepen gespleten bamboe gevlochten.
Op een tafel staan een paar kleine lampen, en rondom de
tafel banken, waarop zich eenige menschen in liggende houding
hebben neergevlijd. Sommige zitten nog: zij hebben een zeer
klein pijpje, een ijzerdraad ter grootte van een breipen, en op
een blaadje een kleine hoeveelheid van een dikke stroopachtige
stof. Voor het een en ander betaalden zij bij den ingang 35
centen. Met het ijzerdraad neemt de bezoeker iets van dat
taaie goed, houdt het een poosje in de vlam der lamp, kneedt
het daarbij nu en dan met de vingers, en legt het daarna in zijn
pijp. Hij nadert dan de lamp, doet de stof in zijn pijpje ont-
branden , en zuigt in een paar lange trekken den rook in. Daarop
moet nieuwe voorfaad in de pijp worden gedaan en dit wordt
zoolang herhaald, totdat de rooker geheel bedwemd is gewor-
den , zich bij zijn makkers op de bank nederlegt en de oogen sluit.