Boekgegevens
Titel: Kijkjes in de Oost: een leesboek voor de volksschool
Deel: 1 Java
Auteur: Heijde, H.C. van der; Veth, P.J.
Uitgave: Groningen: P. Noordhoff, 1891
4e herziene dr; 1e dr.: 1875
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 1241 : 4e dr. (dl. 1)
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204501
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kijkjes in de Oost: een leesboek voor de volksschool
Vorige scan Volgende scanScanned page
23
De oude stad was voorheen door zestien grachten in regel-
matige blokken verdeeld. Die grachten liepen uit in de Tjili-
wong en hadden ook met andere riviertjes gemeenschap, zoodat
zij steeds van versch water voorzien waren. Sommige, zooals de
Tijgergracht vooral, waren prachtig; en de bewoners konden
zich 's avonds, als zij op hun hooge stoepen of gemetselde
banken zaten, verbeelden, dat zij te Amsterdam waren. Batavia
stond toen hoog in aanzien: op het kasteel hield de Gouver-
neur-Generaal zijn verblijf, en alle hooggeplaatste ambtenaren
woonden er. Het werd dan ook meermalen de „Koningin van het
Oosten" genoemd. Daarbij was de stad door vestingwerken
versterkt, om haar tegen vijandelijke aanvallen te dekken.
Later veranderde dit. De riviertjes, waarvan wij zooeven
spraken, stroomen van de zuidelijker gelegen bergen af ; zij
hebben een smalle, ondiepe bedding, en voeren zeer veel slib
mede. Dicht bij de kust wordt het terrein vlak, de stroom
verflauwt, en het slib bezinkt. Daarbij werd in 1669 door een
vulkanische uitbarsting en een aardbeving de mond van de
Tjiliwong verstopt, en sedert hoopten zich slijkmassa's op in
de grachten, hetgeen schadelijke uitwasemingen teweegbracht,
die oorzaak waren van kwaadaardige ziekten. De sterfte werd
zoo groot, dat Batavia den naam kreeg van „het graf der
Europeanen." Men heeft dit zoeken te verhelpen door de
grachten te dempen, voor een groot deel ten minste, en in
1811 heeft de Gouverneur-Generaal Daendels de vestingwerken
laten sloopen, om aan de frissche luchtstroomen uit het Zuiden
meer vrijen toegang te verschaffen, maar nog altijd bleef Oud-
Batavia den naam houden, dat het er ongezond is, en vestig-
den zij, wier middelen het toelieten, zich wat verder van de
zeekust. Dat verklaart ons de menigte open plekken, die wij
hebben aangetroffen.
Nu de buitenwijken eens bekeken. Zij zijn nogal talrijk en
dragen deels Nederlandsche, deels Indische namen. Het eerst
gaan wij door Molenvliet, daarna door Rijswijk: wij zien hier
het Hôtel van den Gouverneur-Generaal, in den laatsten tijd
aanmerkelijk vergroot en verfraaid, met het uitzicht op het
Koningsplein. De landvoogd bewoont het niet, maar hij bezigt
het alleen voor feesten en audiëntiën, wanneer hij zich te Bata-