Boekgegevens
Titel: Kijkjes in de Oost: een leesboek voor de volksschool
Deel: 1 Java
Auteur: Heijde, H.C. van der; Veth, P.J.
Uitgave: Groningen: P. Noordhoff, 1891
4e herziene dr; 1e dr.: 1875
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 1241 : 4e dr. (dl. 1)
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204501
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kijkjes in de Oost: een leesboek voor de volksschool
Vorige scan Volgende scanScanned page
Dat alles is als met één slag vernield. Die kleine eilanden,
die aan de vaart door Straat Soenda zooveel afwisseling geven,
maar tevens den stuurman tot verdubbelde oplettendheid nood-
zaken, zijn meestal toppen van vulkanen. In meer dan ander-
halve eeuw was geen werking waargenomen, zoodat zij als uit-
gebrand werden beschouwd. In Mei 1883 bleek, dat men zich
hierin vergist had, wat één dier eilanden betreft, Krakatau ge-
naamd. Toen had daar een uitbarsting plaats, die evenwel
geen onheilen veroorzaakte. Veel heftiger herhaalde zich dat
verschijnsel den 26«° Augustus daaraanvolgende, op een Zon-
dag. Den geheelen namiddag en den volgenden nacht hoorde
men zelfs te Batavia, op een afstand van 44 uren gaans, sla-
gen, alsof in de onmiddellijke nabijheid zwaar geschut werd
afgevuurd. Des Maandagmorgens werd het geluid zwakker,
maar werd een groot deel van West-Java in duisternis gehuld,
en kort daarop begon een regen van fijne grauwe asch- en kie-
zelkorrels, door Krakatau uitgeworpen.
Dat was het ergste niet. Dienzelfden verschrikkelijken Maan-
dag zag men, als gevolg van de vulkanische uitbarsting, die
Krakatau gedeeltelijk onder den waterspiegel deed verdwijnen,
de zee zich eensklaps op een vervaarlijke wijze verheffen,
diep landwaarts instroomen, en alles tegen den grond werpen
wat de vloedgolf op haar weg ontmoette. Toen het water
terugweek, waren Anjer en Tjeringin, twee plaatsen in de resi-
dentie Bantam, verzwolgen; op de plaats, waar zij gestaan
hadden, was een moeras, deels gevuld met vernielde huizen,
ontwortelde boomen en ontelbare lijken. Merak, meer noord-
waarts op Java gelegen, waar door Chineesche en inlandsche
arbeiders steenen zijn uitgehouwen voor de straks te beschouwen
havenwerken der hoofdstad, was insgelijks verwoest; men vond
daar later locomotieven als blikwerk ineengedeukt. Hetzelfde
jammerlijk verschijnsel vertoonde zich aan den overkant te Telok-
Betong op Sumatra, waar alleen het residentiehuis en het fort
den schok van het water weerstonden. Ontzettend groot was
het getal slachtoffers van de ramp, en niet minder het aantal
van hen, die, ofschoon aan den dood ontkomen, alles verloren
wat voor levensonderhoud noodig is, en voor wie de weldadig-
heid in Nederland en ook elders zich aanstonds krachtig deed