Boekgegevens
Titel: Kijkjes in de Oost: een leesboek voor de volksschool
Deel: 1 Java
Auteur: Heijde, H.C. van der; Veth, P.J.
Uitgave: Groningen: P. Noordhoff, 1891
4e herziene dr; 1e dr.: 1875
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 1241 : 4e dr. (dl. 1)
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204501
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kijkjes in de Oost: een leesboek voor de volksschool
Vorige scan Volgende scanScanned page
15
vankelijk voeren haar meeste schepen naar de Molukken, maar
ook de groote Soenda-eilanden bleven niet onbezocht. Met
onderscheiden vorsten van den Indischen archipel werden zoo-
genaamde leverings-contracten gesloten, namelijk verbindtenissen,
om alle voorhanden zijnde specerijen te verkoopen aan de Ne-
derlanders, en aan niemand anders, tegen vooraf bepaalden
prijs. Waar zulk een contract gesloten was, werd vervolgens
een kantoor (loge) met de noodige pakhuizen opgericht, om
er de ladingen voor het Vaderland bijeen te brengen; daar
werden dan ook, door een opperkoopman, de boeken gehou-
den , daar ook werden de gelden en de koopwaren uit Nederland
aangebracht, die als betaling moesten dienen. Niet zelden vond
men nog bij die loges een voorraad wapenen en andere krijgs-
behoeften , om in tijd van nood te gebruiken, benevens groote
hoeveelheden levensmiddelen. Een der voornaamste loges was,
een tiental jaren na de oprichting der Compagnie, die te Bantam:
de rijksbestuurder was ons, in schijn althans, meer genegen
geworden; hij had de onvriendelijke behandeling van Houtman's
tochtgenooten vergeten, en den Portugeezen geheel den rug
toegekeerd.
Nieuwe vijanden kwamen echter de belangen der Compagnie
bedreigen, de Engelschen namelijk. Ook dezen kregen begeerte
naar de voordeelen van den handel op Indië, en zochten ons
den voet te lichten, gelijk wij den Portugeezen hadden gedaan.
Van een andere zijde werd de Compagnie zeer benadeeld door
sommige van haar eigen ambtenaren, die zich aan losbandig-
heden overgaven, oneerlijk waren in hun beheer, en tegenover
de inlanders zich aan afzetterij schuldig maakten. Dit alles was
oorzaak, dat de bewindhebbers der Oost-Indische Compagnie
besloten het oppergezag over alle zaken in Indië op te dragen
aan één persoon, die onder den titel van Gouverneur-Generaal
(algemeen landvoogd) met een uitgebreide macht werd bekleed.
In 1610 werd alzoo Pieter Both benoemd tot eersten Gou-
verneur-Generaal van de bezittingen der Compagnie.
Omtrent de inrichting der Compagnie stippen wij nog het
volgende aan. Zij was verdeeld in Kamers, oorspronkelijk