Boekgegevens
Titel: Kijkjes in de Oost: een leesboek voor de volksschool
Deel: 1 Java
Auteur: Heijde, H.C. van der; Veth, P.J.
Uitgave: Groningen: P. Noordhoff, 1891
4e herziene dr; 1e dr.: 1875
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 1241 : 4e dr. (dl. 1)
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204501
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kijkjes in de Oost: een leesboek voor de volksschool
Vorige scan Volgende scanScanned page
ten met schepen van de Zwarte Zee halen, waar laatstgenoem-
den ze over land hadden aangebracht.
Maar de Venetianen kregen geduchte mededingers. De Por-
tugeezen begonnen zich in de vijftiende eeuw op handel en zee-
vaart toe te leggen. Lissabon stak Venetië naar de kroon. De
toenmalige koningen van Portugal waren verlichte vorsten, en
de gunstige ligging van hun gebied langs de zeekust noopte
hen, om de zeevaart zooveel mogelijk te bevorderen.
Lang duurde het, eer de oude vrees voor de rotsige, ver in
zee vooruitstekende punten van kaap Bojador was overwonnen.
Een Portugeesche prins, in de geschiedenis onder den naam
van Hendrik den Zeevaarder bekend, rustte in 1418 een schip
uit, om dat punt voorbij te zeilen, doch nog vijftien jaren ver-
liepen, eer men daarin slaagde. Vervolgens werden de weste-
lijke kusten van Afrika al verder en verder bezocht. De Por-
tugeezen hadden daarmee een dubbel doel. Vooreerst stond het
bij hen vast, dat men ter zee Indië zou kunnen bereiken, en
alzoo rechtstreeks met dat rijke land handel drijven. Ten tweede
werden zij aangezet door een veel minder edel oogmerk: zij
landden namelijk op de Afrikaansche kust, om er menschen te
rooven, die zij als slaven verkochten.
In i486 werden door koning Johan II drie schepen uitge-
rust , onder bevel van Bartholomeüs Diaz. Deze kloeke zeeman
zeilde zoover hij kon de kust langs. In 't verre Zuiden overviel
hem een geduchte storm, die zijn schepen in volle zee dreef.
Toen het na drie dagen kalmer was geworden, wilde hij weer
naar de kust terugkeeren, maar, hoe lang hij ook in oostelijke
richting voer, hij zag maar geen land. Eindelijk begreep hij,
dat hij naar alle waarschijnlijkheid Afrika's Zuidpunt moest
voorbij gezeild zijn, zonder haar te zien. Vol blijdschap wilde
hij verder gaan, maar zijn schepelingen verzetten zich daartegen
uit vrees voor gebrek aan levensmiddelen. Nu moest hij wel
terugkeeren. Werkelijk kreeg hij de Zuidpunt van Afrika op
de terugreis in het gezicht: hij noemde haar, ter herinnering
aan het doorgestane gevaar, Stormkaap. Hij landde er, plantte
er een paal met het Portugeesche wapen, en zeilde weder naar
het vaderland.
De koning was over die ontdekking zeer verheugd. Meer