Boekgegevens
Titel: Kijkjes in de Oost: een leesboek voor de volksschool
Deel: 1 Java
Auteur: Heijde, H.C. van der; Veth, P.J.
Uitgave: Groningen: P. Noordhoff, 1891
4e herziene dr; 1e dr.: 1875
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 1241 : 4e dr. (dl. 1)
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204501
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kijkjes in de Oost: een leesboek voor de volksschool
Vorige scan Volgende scanScanned page
■i
134
vernuft van den ingenieur en de vlijt van den arbeider samen-
werken, om alle moeielijkheden te overwinnen. Hier dringt
een tunnel door het hart des bergs, daar spant zich een stevige
brug over den schuimenden bergstroom, elders weer verbindt
een viaduct twee rotswanden, die door een breed ravijn zijn
gescheiden. Waarlijk, er is hier wel reden tot bewondering!
Maar we zullen toch ter voortzetting van den tocht de voor-
keur geven aan den ouderwetschen Postweg van Daendels, dien
we te Bandong weer aantreffen, niet omdat hij een minder
groote bocht maakt dan de spoorweg, doch omdat we dan
fraaier en stouter natuurtooneelen kunnen aanschouwen en boven-
dien ze meer op ons gemak bekijken, daar we ons rijtuig naar
welgevallen kunnen doen stilstaan. Het reizen op die manier
is wel minder gemakkelijk dan met den trein, maar geeft on-
eindig meer genot.
Van Bandong gaan wij naar Tjiandjoer. De weg tusschen
beide steden is zeer bergachtig, zoodat een sterke voorspan-
ning, meest van buffels, onze paarden moet helpen, om het
rijtuig tegen de steilten op te trekken. We komen op een
plaats, waar de weg door de rivier Tjitaroem wordt gesneden:
dit punt ligt 300 meters boven den zeespiegel. De paarden wor-
den hier afgespannen, en het rijtuig loopt vanzelf van den hoo-
gen oever naar den waterkant, waar een groep Javanen het
met sterke riemen van buffelleer tegenhouden. Alles, — rij-
tuig, paarden en wijzelven, wordt met een veerboot over-
gezet.
Na een rit van vijf uren bereiken wij Tjiandjoer. Bij toene-
ming bemerken wij de sporen van het verkeer met de Euro-
peanen in de regelmatigheid van huizen en straten, in de le-
vendigheid rondom ons, zelfs in de luidruchtigheid der inlanders.
In de omstreken vinden wij vele nette landhuizen, bewoond
door Europeanen, die hier herstel van gezondheid zoeken. Al-
les werkt hiertoe mede; het klimaat is er minder heet dan in
lager gelegen streken, terwijl men er geen van die moerassen
aantreft, welker uitwasemingen het den mensch zoo onaange-
naam maken.
Na ons eenige rust te hebben gegund, rijden wij verder.
Spoedig bereiken wij den Megamendong, een hoogen berg over