Boekgegevens
Titel: Kijkjes in de Oost: een leesboek voor de volksschool
Deel: 1 Java
Auteur: Heijde, H.C. van der; Veth, P.J.
Uitgave: Groningen: P. Noordhoff, 1891
4e herziene dr; 1e dr.: 1875
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 1241 : 4e dr. (dl. 1)
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204501
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kijkjes in de Oost: een leesboek voor de volksschool
Vorige scan Volgende scanScanned page
131
daden van de figuren in zijn poppenkraam; zelfs een opkomende
regenbui is dan niet in staat hem van zijn plaats op te jagen.
Dergelijke feestelijkheden hebben vooral plaats vóór het begin
van den rijstoogst of van andere werkzaamheden, waartoe de
gansche bevolking eener dessa wordt opgeroepen.
31. Terug naar Batavia.
Schooner dan de stoutste verbeeldingskracht zich kan voor-
stellen, is de aanblik der natuur in de Preanger-regentschappen.
Bij elke schrede schier treffen ons nieuwe, verrassende taferee-
len: hier scharen zich bergen achter bergen tot aan den verren
gezichteinder, of steekt de steile top eens vulkaans hoog boven
zijn broederen uit; daar klatert een waterval, die van rots tot
rots huppelt, om met geweld zich uit te storten in een kom,
waaruit aan den bergstroom onophoudelijk voedsel wordt toe-
bedeeld , terwijl de stralen der zon in liefelijke kleurschakeering
het nederploffend nat doen fonkelen. Ginds verdiept zich de
blik in het ondoordringbaar woud, of verlustigt zich langs we-
lige akkers; of wel, hij volgt in de verte den kronkelenden
loop eener rivier, die toesnelt om aan den akker vruchtbaarheid
te geven. Ofschoon van de menigte rivieren in deze residentie
slechts vijf bevaarbaar zijn, mogen zij toch aangemerkt worden
als weldoensters van de bevolking, daar zij onmisbaar zijn voor
het bevloeien der rijstvelden.
In dit aan bergen zoo rijke gewest hebben wij volop gelegen-
heid de verwoestingen gade te slaan, die door vulkanische uit-
barstingen in den loop der tijden zijn teweeggebracht. Plotse-
ling zien wij soms aan onzen voet een wijde kloof gapen, alsof
een reuzenhand de aarde had opgespleten; op andere plaatsen
liggen links en rechts steenbrokken verspreid, door den vuur-
spuwenden berg daar nedergeslingerd. Vreemdsoortige natuur-
verschijnselen bij menigte trekken onze aandacht. Zoo bijvoor-
beeld is er aan de zuidwestelijke helling van den Galoengoeng,