Boekgegevens
Titel: Kijkjes in de Oost: een leesboek voor de volksschool
Deel: 1 Java
Auteur: Heijde, H.C. van der; Veth, P.J.
Uitgave: Groningen: P. Noordhoff, 1891
4e herziene dr; 1e dr.: 1875
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 1241 : 4e dr. (dl. 1)
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204501
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kijkjes in de Oost: een leesboek voor de volksschool
Vorige scan Volgende scanScanned page
129
duivel of boozen geest geweten. Slaagt daarentegen iemand
boven anderen in zijn werk of handel, weet hij door spaarzaam-
heid eenig geld over te winnen, is hij rijk in hun oog, weldra
ziet men er hem op aan, dat hij een verbond met den duivel
heeft aangegaan, vermijdt en vreest men hem. Wanneer een
zons- of maansverduistering invalt, grijpen allen hun stamper
en doen' den ganschen omtrek daveren door het slaan op een
rijstblok; dit zal, meenen zij, den reus of boozen geest ver-
jagen , die de zon of de maan wil verslinden. Vaart een hooge
wind door het geboomte, zij houden dat voor luchtgeesten.
Een ziekte heerscht in het land, zij betwijfelen het niet, dat
de booze geesten, die de toppen der hooge bergen bewonen,
op hen vertoornd zijn. Ontvlammen de kraters der vuurspu-
wende bergen — het zijn de reuzen, daaronder begraven, die
woedend zich trachten te verlossen. Iedere dessa heeft zijn
beschermgeest, in iederen ouden boom woont er een, over de
rijstschuur waakt weder een andere."
Wanneer wij nu verder in aanmerking nemen, dat de Javaan
onder allerlei onderdrukking is opgegroeid, niet alleen onder
den dwang, hem door de Nederlandsche regeering opgelegd,
maar inzonderheid onder dien van zijn eigen hoofden, — moet
het ons dan wel verwonderen, dat hij wantrouwend is geworden ?
Zijn arbeid wordt hem slecht betaald, en nog wordt die geringe
vrucht van zijn moeite hem niet zelden ontnomen. Hoe vaak
gebeurt het niet, dat zijn hoofden hem een karbau ter leen
vragen — een gedwongen leening, waarop geen teruggave volgt;
kunnen wij niet begrijpen, dat hij daardoor zorgeloos en traag
is geworden? Nog meer: de Chineezen, over den ganschen
Archipel verspreid, hebben hem menigen verkeerden hartstocht
ingeplant, waaruit zij voordeel trekken; zij hebben hem het
amfioen-schuiven geleerd, hem smaak voor het dobbelspel inge-
boezemd, en hij geeft zich aan die ondeugden over zonder na-
denken, zonder dat zijn zedelijk gevoel daartegen opkomt. Door-
gaans is een Javaan zachtmoedig, maar wanneer zijn driften
worden opgewekt, wordt hij wraakgierig en is hij tot de grootste
wreedheden in staat.
Nog eens moet het gezegd worden: er is slechts één middel,
om de verkeerde neigingen van den inlander tegen te gaan, om
H. C. VAN DER HEIJDE, Kijkjes in de Oost. I. 4e druk. 9