Boekgegevens
Titel: Kijkjes in de Oost: een leesboek voor de volksschool
Deel: 1 Java
Auteur: Heijde, H.C. van der; Veth, P.J.
Uitgave: Groningen: P. Noordhoff, 1891
4e herziene dr; 1e dr.: 1875
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 1241 : 4e dr. (dl. 1)
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204501
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kijkjes in de Oost: een leesboek voor de volksschool
Vorige scan Volgende scanScanned page
127
berging van kleederen en andere behoeften. Al is dus de
ruimte zijner woning niet groot, toch beweegt onze man zich
daarin met gemak; de meubelstukken staan hem niet in den weg.
Een groep van die woningen, een dessa (dorp), maakt geen
onaardige vertooning. Soms staan zij in bonte verwarring dicht
opeen, zoodat wij ons moeten verwonderen, hoe de lieden er
den weg in vinden, maar gewoonlijk staat ieder huisje op een
afzonderlijk erf, terwijl alle tusschenruimten gevuld zijn met
klapperboomen, pisang en bamboesstoelen.
De kleeding der inlanders is vrij eenvoudig. De man-
nen dragen een pantalon tot aan de knieën, met een stevi-
gen gordel vastgemaakt, om de lendenen een bontgeverfd of
effen blauw stuk doek, een paar maal om het middel en de
beenen geslagen, dat ook het voornaamste kleedingstuk der
vrouwen is, maar bij haar tot op de voeten hangt. Voorts
dragen de mannen een katoenen buisje, dat bij de vrouwen is
vervangen door een gesloten kabaai, die tot de knieën afhangt,
terwijl om het hoofd der mannen een doek is gewonden. De
voeten zijn altijd bloot. De jonge kinderen zijn gewoonlijk ge-
heel naakt.
Daar zet zich de familie aan den maaltijd, op den grond.
Schotels en borden komen niet te pas; de spijzen worden in
een versch geplukt pisang-blad gestort en zoo verorberd, waarbij
de vingers den dienst verrichten, dien wij van lepels en vorken
vergen. De bereiding der spijzen heeft weinig moeite gekost;
wat gekookte rijst, met een stukje dendcng (gedroogd vleesch)
of dito visch is de driemaal daags gebruikelijke, dagelijks we-
derkeerende maaltijd. En nog mag de Javaan van geluk spre-
ken , als hij zich dien kan verschaffen, want in de beide maan-
den , die den rijstoogst voorafgaan, is de voorraad niet zelden
uitgeput, en moet men zich vergenoegen met op den akker
geteelde knolgewassen of met wortels, die men in de bosschen
is gaan zoeken.
Als drank gebruikt onze vriend meestal water. Somtijds ver-
oorlooft hij zich de weelde van een kopje koffie, dikwijls niet
van de boonen maar van de bladeren getrokken, — met een
stukje palmboomsuiker er in.