Boekgegevens
Titel: Kijkjes in de Oost: een leesboek voor de volksschool
Deel: 1 Java
Auteur: Heijde, H.C. van der; Veth, P.J.
Uitgave: Groningen: P. Noordhoff, 1891
4e herziene dr; 1e dr.: 1875
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 1241 : 4e dr. (dl. 1)
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204501
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kijkjes in de Oost: een leesboek voor de volksschool
Vorige scan Volgende scanScanned page
123
spoedt ten einde, en daarna behoort het reizen in Indië geens-
zins tot de aangenaamste genietingen.
29. De Moesons. Overstroomingen.
Dat het op Java geducht heet kan zijn, hebben wij reeds
ondervonden. En dat blijft zoo het geheele jaar door. De
aangename wisseling der seizoenen, waaraan wij in Europa ge-
woon zijn, heeft men daar niet. Men kent in Indië slechts
twee jaargetijden {moesons), namelijk het droge en het natte,
doch het een is al nagenoeg even warm als het andere.
De oorzaak dier wisseling is gelegen in de geregeld veran-
derende winden, en daarom geeft men gewoonlijk ook aan
deze den naam van moesons.
We zullen trachten een overzicht te geven van de wijze,
waarop die winden ontstaan. Herinnert u, dat de luchtstroo-
ming, wind geheeten, voornamelijk wordt teweeggebracht door
het verschil in warmte op aarde. Daar, waar de zon haar
stralen loodrecht nederschiet, zet de lucht zich uit, evenals
alle lichamen, die verwarmd worden; ten gevolge van die uit-
zetting wordt zij soortelijk lichter en stijgt omhoog. De mindere
drukking, daardoor ontstaan, wordt voortdurend hersteld door
andere luchtmassa's, die in twee richtingen, uit het Noorden
en uit het Zuiden, komen toestroomen. Die beide stroomen
ontmoeten elkander op of nabij den Evenaar en vernietigen
daar elkanders werking, zoodat daar dikwijls volkomen windstilte
wordt aangetroffen.
Indien nu de aarde geen aswenteling had, zouden wij, ten-
gevolge dier stroomingen, slechts twee winden waarnemen, na-
melijk Noordenwind ten Noorden, en Zuidenwind ten Zuiden
van den Evenaar. Doch gelijk wij weten, wentelt de aarde
zich van het Westen naar het Oosten, en daar de lucht door
haar mindere dichtheid die beweging zoo spoedig niet volgt,
krijgen de winden ten opzichte van de aarde een veranderde
richting, en waaien niet uit het Noorden en Zuiden, maar uit
het Noordoosten en Zuidoosten.