Boekgegevens
Titel: Kijkjes in de Oost: een leesboek voor de volksschool
Deel: 1 Java
Auteur: Heijde, H.C. van der; Veth, P.J.
Uitgave: Groningen: P. Noordhoff, 1891
4e herziene dr; 1e dr.: 1875
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 1241 : 4e dr. (dl. 1)
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204501
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kijkjes in de Oost: een leesboek voor de volksschool
Vorige scan Volgende scanScanned page
112
27. Hoe de Nederlandsche staat de erfgenaam werd
van de Oost-Indische Compagnie.
Wij gaan te Pasoeroean scheep om een ander punt te zoe-
ken, vanwaar wij onze kijkjes kunnen vervolgen. Na de haven
verlaten te hebben, zetten wij koers in oostelijke richting en
begeven ons naar Tjilatjap, aan de Zuidkust van Java gelegen.
Dat is een tocht van langen adem, want wij moeten een zwaai
nemen om het gansche oostelijk deel des eilands heen. Wij
zeilen door het kalme vaarwater tusschen Java en Madoera;
bij kaap Nangkar wenden wij ons zuidwaarts, en weldra zien
wij links de bergachtige Javaansche kust en rechts het lachend
groen van het kleine eiland Bali, dat door een nauwe straat
van de „Koningin van den Archipel" is gescheiden. Verderop
ontdekken wij een schiereiland, dat den naam van Java's Zuid-
hoek draagt, en na dit omgevaren te zijn, bevinden wij ons
weder, even als vóór onze aankomst, in den uitgestrekten In-
dischen Oceaan. Van nu af gaat de tocht het Westen in; ge-
woonlijk blijven wij zoo ver van de kust, dat het oog niets
bespeurt dan den helderblauwen hemel boven ons en omlaag
de eindelooze watervlakte.
We kunnen de verveling, die ons op deze reis dreigt te be-
kruipen, niet beter bestrijden, dan door het houden van een
praatje nu en dan. Evenals vroeger bij dergelijke gelegen-
heid , kiezen wij alweder de geschiedenis van onze Oost tot
onderwerp.
Wij hebben indertijd gezien, dat de Oost-Indische Compag-
nie, reeds kort na haar oprichting, met groote moeielijkheden
te worstelen had, en hoe zij, vooral door het krachtig optreden
van Coen, voorgoed op het eiland Java vasten voet verkreeg.
Wij herinneren ons ook nog, dat zij door de omstandigheden
werd genoodzaakt, haar macht gaandeweg uit te breiden. Toen
zij eenmaal was begonnen met veroveringen maken, hield zij
daarmee vol. Op behendige wijze wisten verschillende Gou-
verneurs-Generaal partij te trekken van twisten over de op-
volging of van andere oneenigheden der Javaansche vorsten,
zoodat de macht der laatsten meer en meer inkromp.