Boekgegevens
Titel: Kijkjes in de Oost: een leesboek voor de volksschool
Deel: 1 Java
Auteur: Heijde, H.C. van der; Veth, P.J.
Uitgave: Groningen: P. Noordhoff, 1891
4e herziene dr; 1e dr.: 1875
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 1241 : 4e dr. (dl. 1)
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204501
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kijkjes in de Oost: een leesboek voor de volksschool
Vorige scan Volgende scanScanned page
09
meters boven den zeespiegel verheft, is in drie kruinen gesplitst,
waarvan de middelste aanhoudend een dikken rook omhoog
doet stijgen. Soms ook doet de berg een dof gerommel hooren,
gelijkende op verwijderden donder; kort daarop verdikt zich
de rookwolk nog meer, terwijl men dan van tijd tot tijd een
knal hoort als een kanonschot.
Het stadje Malang, een gewone inlandsche plaats van min-
deren rang, waarvan niet veel bijzonders te zeggen valt, ligt
te midden eener hooge vallei, omsloten door de reeds ge-
noemde en andere bergen. Omdat het zoo hoog ligt, is het
klimaat er veel minder heet dan in het overige Java; en deze
omstandigheid, gevoegd bij een fraaien plantengroei, maakt, dat
men deze plaats vaak het Paradijs van Java noemt. De bewo-
ners van Malang genieten een hooge mate van welvaart; de
landbouw is er tot groote volkomenheid gebracht, en ook on-
derscheiden handwerken, zooals het vervaardigen van potten en
pannen, het vlechten van matten en manden worden er met
voordeel uitgeoefend. Wat ons vooral verrast, is, dat hier
Europeesche groenten worden geteeld; ook ontdekken wij uit-
gestrekte velden met tabaksplanten. De tabak, die hier gekweekt
wordt, is van uitmuntende hoedanigheid; de Malangsche siga-
ren zijn over geheel Java vermaard en zeer goedkoop.
Bij de tabakscultuur moeten wij een oogenblik stilstaan. Niet
alleen hier treffen wij haar aan, maar over geheel Java, ja
over de meeste eilanden van den Indischen Archipel is zij ver-
spreid ; wij kunnen gerust zeggen, dat de tabak mede tot de
hoofdproducten van onze Oost behoort. Reeds in de dagen
van de tompagnie werd er veel werk van gemaakt, maar in
't begin dezer eeuw was de teelt in verval geraakt. Het Ne-
derlandsch bestuur heeft omstreeks 1830 pogingen aangewend,
om haar weder tot bloei te brengen, onder anderen door het
aanvoeren van betere zaden van het eiland Cuba in West-In-
dië; vervolgens werd ook op de tabak de gedwongen cultuur
toegepast. Evenals wij bij de suiker hebben gezien, werden
er leverings-contracten gesloten; maar de bevolking toonde zich
weinig geneigd, om op die wijze te arbeiden, en de geldelijke
voordeelen voor het gouvernement waren gering. Daarom werd
de dwangcultuur van de tabak langzamerhand opgeheven, en