Boekgegevens
Titel: Kijkjes in de Oost: een leesboek voor de volksschool
Deel: 1 Java
Auteur: Heijde, H.C. van der; Veth, P.J.
Uitgave: Groningen: P. Noordhoff, 1891
4e herziene dr; 1e dr.: 1875
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 1241 : 4e dr. (dl. 1)
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204501
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kijkjes in de Oost: een leesboek voor de volksschool
Vorige scan Volgende scanScanned page
io8
het volgende redmiddel te baat; hij vervaardigt een kooi en
vult die met spijzen, die naar zijn meening den krokodil het
beste smaken; vervolgens plaats hij die aan den oever van een
rivier of van een kanaal, in het vertrouwen, dat hij op deze
wijze van zijn ziekte verlost zal worden. Bovendien houdt hij
zich verzekerd, dat, indien iemand stoutmoedig genoeg zou zijn,
om de daar neergelegde spijzen zich toe te eigenen, de kwaal,
voor welker genezing die zaken geofferd zijn, op dien godde-
looze zou overgaan."
Wij willen de krokodillenvereerders niet hard vallen over hun
dwaze begrippen. Bedenken wij, dat goed onderwijs het krach-
tigst middel is, om het bijgeloof uit de wereld te helpen, en dat
er tot voor korten tijd aan de verstandelijke ontwikkeling van
de bewoners onzer Oost-Indische bezittingen nog heel weinig
is gedaan. Wij zijn in dit opzicht een beteren tijd ingetreden.
26. Malang.
Wij kunnen de merkwaardige residentie Pasoeroean niet vaar-
wel zeggen, voor wij een reisje gemaakt hebben naar haar
zuidelijke afdeeling: Malang. Vooral daar zal het ons duidelijk
worden, hoe sterk de vooruitgang kan zijn, wanneer de vlijtige
hand des menschen van de voortbrengende kracht der natuur
in de rijke gewesten van den Oost-Indischen Archipel partij
weet te trekken. Immers, voor nog geen vijftig jaren waren
slechts eenige gronden langs den weg tusschen de steden Pa-
soeroean en Malang bebouwd, terwijl thans bijna geen plekje
buiten cultuur is, en de schoonste oogsten er de akkers bedekken.
Wij vertrekken dan per rijtuig in zuidelijke richting langs
een goeden weg. Reusachtige vuurspuwende bergen verheffen
zich in 't verschiet; in 't Westen de Ardjoeno en de Kawi, in
't Oosten de Tengger en de Sméroe. De laatste is tevens de
hoogste berg van 't gansche eiland; hij is moeilijk te beklim-
men. Zijn van allen plantengroei ontboote kegel, die zich 3732