Boekgegevens
Titel: Kijkjes in de Oost: een leesboek voor de volksschool
Deel: 1 Java
Auteur: Heijde, H.C. van der; Veth, P.J.
Uitgave: Groningen: P. Noordhoff, 1891
4e herziene dr; 1e dr.: 1875
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 1241 : 4e dr. (dl. 1)
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204501
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kijkjes in de Oost: een leesboek voor de volksschool
Vorige scan Volgende scanScanned page
05
Onder de arbeiders op de fabriek treft men veel Chineezen
aan; deze lieden worden om hun ijver zeer op prijs gesteld.
Dit alles vertelt de vriendelijke opzichter, terwijl hij met ons
langs de velden wandelt of ons door de verschillende fabriek-
gebouwen rondleidt. En nu hij ons, nadat wij alles bezichtigd
hebben, naar de prachtige woning van den fabrikant brengt,
om er eenige ververschingen te gebruiken, verhaalt hij nog het
volgende van de geschiedenis van de suikercultuur:
De geleerden zijn het niet met elkander eens, of het suiker-
riet oorspronkelijk in Indië thuis behoort. Zeker is het, dat
er thans onderscheiden soorten worden verbouwd, waarvan de
meeste reeds geteeld werden lang, vóór de eersté Nederlanders
op de reede van Bantam het anker lieten vallen. Het is even-
eens onzeker, of de Javanen toen reeds de kunst verstonden, om
het riet uit te persen en het sap tot suiker te bereiden. Wel
gebruikten zij het riet, maar alleen om er op te zuigen; nog
tegenwoordig ziet men op de markten suikerriet, van den bui-
tenbast ontdaan en in kleine stukken gesneden, ten verkoop
uitgestald. Onwaarschijnlijk is het evenwel niet, dat de Chi-
neezen, die sedert onheugelijke tijden met de suikerbereiding
bekend zijn, ook reeds vóór de komst der Nederlanders den
Javanen de kunst hebben geleerd. En in elk geval zijn het
toch de Chineezen geweest, die de eerste molens gesticht hebben.
Na de oprichting der Oost-Indische Compagnie duurde het
nog vele jaren, eer de aandacht meer bijzonder op ons product
werd gevestigd. Toch waren er reeds in 't begin der achttiende
eeuw ver over de honderd molens, inzonderheid in de tegen-
woordige residentie Batavia; als handelsartikel nam de suiker
evenwel die voorname plaats nog niet in, die zij thans bekleedt.
Zelfs zien wij sedert dien tijd de rietteelt en suikerfabricatie
achteruitgaan; eerst na 1825 nam de productie van jaar tot jaar
toe, zoodat zij reeds een aanmerkelijke uitbreiding had verkre-
gen in 1830, toen door den Gouverneur-Generaal Graaf van den
Bosch de gedwongen cultuur werdt ingevoerd.
De inwoners van de residentie Pasoeroean genieten tegen-
woordig door de suikerteelt een hooge mate van welvaart, en