Boekgegevens
Titel: Kijkjes in de Oost: een leesboek voor de volksschool
Deel: 1 Java
Auteur: Heijde, H.C. van der; Veth, P.J.
Uitgave: Groningen: P. Noordhoff, 1891
4e herziene dr; 1e dr.: 1875
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 1241 : 4e dr. (dl. 1)
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204501
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kijkjes in de Oost: een leesboek voor de volksschool
Vorige scan Volgende scanScanned page
04
men zich de bruine suikerkristallen, die een eerste zuivering
ondergaan door het opgieten van een brijachtig mengsel van
water en klei.
De kristallen worden een poos uitgespreid, om uit te lek-
ken; de stroop, die er alsdan afdruppelt, wordt later gebezigd
bij de bereiding van een geestrijken drank, arak geheeten. De
suiker wordt dan nog eens gekookt, geschuimd en onder het
afkoelen gestadig geroerd, zoodat nu geen kristallen worden
gevormd, maar de suiker het gewone poederachtige voorkomen
verkrijgt. De kleur is dan nogal verschillend, en wisselt af
tusschen bijna wit en donkerbruin. De verpakking geschiedt
nu in cylindervormige korven van bamboes, krandjangs gehee-
ten, welke in de schuit geladen en naar de pakhuizen gevoerd
worden.
De teelt van suikerriet had vroeger plaats door tusschenkomst
van de Regeering, die zorgde voor het beschikbaar stellen van
de noodige gronden, waarvan dan de bevolking, met den aan-
plant belast, ^s i" gebruik hield, terwijl zij den voor het gewas
noodigen arbeid moest verrichten op het andere vijfdedeel. Het
plantloon betaalde de Regeering uit de gelden, die de onder-
nemer haar had op te brengen, terwijl deze het loon voor het
snijden, het vervoer naar de fabriek en de verdere bewerking
van het product had te betalen.
Deze regeling is echter vervallen; de ondernemers sluiten
nu zelf overeenkomsten met de dorpsbesturen. De inlanders
bevinden zich daar goed bij, want de suikercultuur is voor hen
een bron van ruime inkomsten. Tegen het vroegere stelsel van
gedwongen arbeid zijn zij, hoe gedwee ook in den regel, meer-
malen in verzet gekomen. Zoo had er in 1833 in dezelfde
residentie, waar wij ons thans bevinden (Pasoeroean), een begin
van opstand plaats; eenige honderden liepen gewapend te hoop
en eischten ontheffing van de suiker-cultuur en teruggave van
de vrije beschikking over de rijstvelden. De overheid beloofde
toen wel aan hun verlangen te zullen voldoen, doch dat was
slechts een praatje, om het oogenblikkelijk gevaar te ontgaan,
want kort daarop werden de aanleggers van het verzet gevan-
gen genomen en gestraft, terwijl van de toegezegde verlichting
van den druk niets kwam.