Boekgegevens
Titel: Kijkjes in de Oost: een leesboek voor de volksschool
Deel: 1 Java
Auteur: Heijde, H.C. van der; Veth, P.J.
Uitgave: Groningen: P. Noordhoff, 1891
4e herziene dr; 1e dr.: 1875
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 1241 : 4e dr. (dl. 1)
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204501
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kijkjes in de Oost: een leesboek voor de volksschool
Vorige scan Volgende scanScanned page
lOO
noch vermoedehjk de bewoners der Indische eilanden, dat er
koffie in de wereld bestond. Het vaderland van den koffieboom
is Ethiopië in Afrika; van daar werd hij overgebracht naar
Arabië, waar het gebruik van koffie zeer algemeen werd. Dit
geschiedde op het eind der vijftiende eeuw. Een halve eeuw
later raakten de Turken met zijn vruchten bekend en bevriend.
Nog honderd jaren moesten verloopen, eer de Westersche
volken van Europa koffie begonnen te drinken. De boonen
werden aanvankelijk uitsluitend uit Arabië aangevoerd, maar de
boom zelf begon zich van lieverlede meer naar het Oosten uit
te breiden, zoodat wij hem op het einde der zeventiende eeuw
aantreffen op het vasteland van Indië. Toen brachten de Neder-
landers van daar eenige zaden over naar het eiland Java, waar
ze in een tuin bij Batavia werden gezaaid, en over het alge-
meen gunstig slaagden. In 1712 werd hier te lande de eerste
Java-koffie aan de markt gebracht.
De Oost-Indische Compagnie begon toen in te zien, dat met
dit gewas aanzienlijke voordeelen te behalen zouden zijn. Zij
gelastte den aanplant van koffieboomen zooveel mogelijk te be-
vorderen, en betaalde aanvankelijk den inlanders goede prijzen
voor de boonen, waardoor dezen gedrongen werden zich op de
nieuwe teelt ijverig toe te leggen. Weldra sloeg de Compagnie,
om nog grooter voordeelen te behalen, een anderen weg in.
Zij ging met de regenten overeenkomsten aan, waarbij dezen
zich verbonden door hun onderhoorigen koffie te doen telen,
en die, tegen een bepaalden prijs, alleen aan de Compagnie,
aan niemand anders, te leveren. De inboorlingen vonden daar
een slechte rekening bij, want van de gelden, door de Com-
pagnie uitbetaald, kwam een aanmerkelijk gedeelte den regent
ten goede, terwijl een ander gedeelte niet zelden door de amb-
tenaren werd ingepakt. De Javanen, vooral in de Preanger-
regentschappen, waar de beste gronden voor koffie werden
gebezigd, leden dus zeer onder den druk, die op hen werd
uitgeoefend; want vooreerst werden zij gedwongen, in de koffie-
tuinen te werken, zelfs dan, als hun rijstvelden groote behoefte
aan arbeid hadden, en ten tweede ontvingen zij voor dien dwang-
arbeid een zeer onvoldoende betaling. Behoeft het ons dus te
verwonderen, als wij lezen, dat hier of daar weieens hongers-